Materieel strafrecht

OM niet ontvankelijk in vervolging wegens overlijden verdachte

Gerechtshof Amsterdam, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
19 juni 2026
Zaaknummer
23-000772-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1643
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OM niet ontvankelijk in vervolging wegens overlijden verdachte

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 20 maart 2024

    ECLI:NL:RBNHO:2024:6203
  2. Gerechtshof Amsterdam · 4 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHAMS:2026:1643

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000772-24

datum uitspraak: 4 juni 2026

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-098209-20 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1955.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juni 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Blijkens een op 16 maart 2026 door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] opgemaakte akte van overlijden, [nummer] , is de verdachte op 12 maart 2026 overleden.

Daarom is ingevolge het bepaalde bij artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht het recht tot strafvordering vervallen en dient het openbaar ministerie, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk te worden verklaard in de strafvervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. H.A. van Eijk en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 juni 2026.

De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.