Strafrecht overig

vrijspraak niet voldoen aan een ambtelijk bevel (DOG)

Zaakgegevens

Op 15 september 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 september 2016
Datum publicatie
15 september 2016
Zaaknummer
23-003245-15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:3701
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

vrijspraak niet voldoen aan een ambtelijk bevel (DOG)

Uitspraak

Inhoudsopgave

parketnummer: 23-003245-15

datum uitspraak: 6 september 2016

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2015 in de strafzaak onder parketnummer

13-052418-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Togo) op [geboortedag] 1961,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

23 augustus 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 5 maart 2014 te 16:44 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied Amsterdam 1.2, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

De burgemeester van Amsterdam heeft een bevel gegeven dat de verdachte zich gedurende drie maanden – van 1 maart 2014 tot en met 31 mei 2014 – niet in dealeroverlastgebied Amsterdam 1.2 mocht bevinden, het zogeheten gebiedsverbod. De verdachte bevond zich op 5 maart 2014 in bedoeld gebied en heeft, na te zijn aangehouden, bij zijn verhoor door de politie verklaard dat hij niet wist dat het verbod was uitgevaardigd. Bij die stand van zaken zal het aannemen van de wetenschap van het verbod bij de verdachte uit de stukken van het dossier hebben te volgen.

Reeds nu uit het dossier niet volgt dat de brief, inhoudende het gebiedsverbod, aan het door de verdachte opgegeven adres is verstuurd en ook overigens niet blijkt dat de verdachte bekend is geworden met het verbod, kan het hof niet vaststellen dat de verdachte opzettelijk niet heeft voldaan aan het bevel. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. C.N. Dalebout en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van

A.F. Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

6 september 2016.

[........]

[........].