Strafrecht overig
Vrijspraak van bedreiging 112-medewerker.
ECLI:NL:GHAMS:2018:1178 · Gerechtshof Amsterdam · 9 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-1178
Zaakgegevens
Op 9 april 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 april 2018
- Datum publicatie
- 11 april 2018
- Zaaknummer
- 23-002908-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:1178
Samenvatting
Vrijspraak van bedreiging 112-medewerker.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002908-17
datum uitspraak: 9 april 2018
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer
13-075952-17 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 26 februari 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer], (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer], een of meermalen, dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet luistert dan snij ik je strot door" en/of "mocht dat wel gebeuren dan kom ik persoonlijk je strot doorsnijden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 750, bij niet betalen te vervangen door 15 dagen hechtenis.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof kan niet worden bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte alarmnummer 112 heeft gebeld en tegen de telefoniste van de meldkamer de in de tenlastelegging genoemde uitlatingen “Als je niet luistert dan snij ik je strot door’ en ‘mocht dat wel gebeuren dan kom ik persoonlijk je strot doorsnijden”, heeft geroepen. Deze uitlatingen hebben onmiskenbaar een dreigend karakter. Het hof begrijpt dat de aangeefster hierdoor geschrokken is en zich bedreigd heeft gevoeld. Op zichzelf is dat echter niet voldoende voor een bewezenverklaring. Van een bedreiging (als bedoeld in artikel 285 Wetboek van Strafrecht) is immers naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad pas sprake indien die onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij de betrokkene de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. Deze redelijke vrees – die geobjectiveerd van aard is en dus niet louter wordt bepaald door de bij het slachtoffer veroorzaakte angstgevoelens – kan naar het oordeel van het hof niet wordt vastgesteld, nu het slachtoffer een voor de verdachte geheel anoniem persoon was en er geen enkel aanknopingspunt is voor de veronderstelling dat de personalia en/of de verblijfplaats van het slachtoffer achterhaald had(den) kunnen worden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. A.M. van Woensel en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
A.D. Renshof en mr. F. van den Brink, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2018.