Strafrecht overig
Palminvest. Profijtontneming. Toepassing van art. 416 tweede en derde lid Sv.
ECLI:NL:GHAMS:2018:2433 · Gerechtshof Amsterdam · 12 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2018-2433
Zaakgegevens
Op 12 juli 2018 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 juli 2018
- Datum publicatie
- 16 juli 2018
- Zaaknummer
- 23-000998-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2433
Samenvatting
Palminvest. Profijtontneming. Toepassing van art. 416 tweede en derde lid Sv.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000998-15 (ontneming)
Datum uitspraak: 26 juni 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2015 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-845004-09 tegen de veroordeelde
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
adres: [adres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2017 en 26 juni 2018.
Tegen voormeld vonnis is door de veroordeelde en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen de raadsman en de advocaat-generaal naar voren hebben gebracht.
Ontvankelijkheid van de veroordeelde en het openbaar ministerie in het hoger beroep
Blijkens hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven. Ook de advocaat-generaal heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat het openbaar ministerie het hoger beroep niet wil handhaven. Beide procespartijen wensen de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken en hebben niet langer een belang bij een beslissing op het hoger beroep. Daarom zullen de verdachte en het openbaar ministerie, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, mede gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de veroordeelde en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. N.A. Schimmel en mr. R.P. den Otter, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2018.