Strafrecht overig

416 lid 2 Sv, intrekking hoger beroep na eerdere zitting.

Zaakgegevens

Op 12 december 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2024
Datum publicatie
22 januari 2025
Zaaknummer
23-000426-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3662
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

416 lid 2 Sv, intrekking hoger beroep na eerdere zitting.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000426-21

datum uitspraak: 12 december 2024

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-208481-20 tegen

[verdachte] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats].

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

12 december 2024.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsman van de verdachte heeft per e-mailbericht van 11 december 2024 te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. De vertegenwoordiger van de verdachte heeft ter terechtzitting van heden bevestigd dat de verdachte het hoger beroep wenst in te trekken. Intrekking van het hoger beroep is echter niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 16 maart 2022 is aangevangen. Het hof leidt evenwel uit voornoemd e-mailbericht en de mededelingen van de vertegenwoordiger van de verdachte af dat de verdachte haar oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Om die reden zal zij, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Jongeling, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J.L. Bruinsma, in tegenwoordigheid van

mr. L.M. van Leeuwen en mr. H. Bakker, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december 2024.

De griffier mr. H. Bakker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.