Strafrecht overig
416 lid 2 Sv, intrekking hoger beroep na eerdere zitting.
ECLI:NL:GHAMS:2024:3662 · Gerechtshof Amsterdam · 12 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2024-3662
Zaakgegevens
Op 12 december 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 december 2024
- Datum publicatie
- 22 januari 2025
- Zaaknummer
- 23-000426-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2024:3662
Samenvatting
416 lid 2 Sv, intrekking hoger beroep na eerdere zitting.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000426-21
datum uitspraak: 12 december 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 81-208481-20 tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
12 december 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De raadsman van de verdachte heeft per e-mailbericht van 11 december 2024 te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. De vertegenwoordiger van de verdachte heeft ter terechtzitting van heden bevestigd dat de verdachte het hoger beroep wenst in te trekken. Intrekking van het hoger beroep is echter niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op 16 maart 2022 is aangevangen. Het hof leidt evenwel uit voornoemd e-mailbericht en de mededelingen van de vertegenwoordiger van de verdachte af dat de verdachte haar oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Om die reden zal zij, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S. Jongeling, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J.L. Bruinsma, in tegenwoordigheid van
mr. L.M. van Leeuwen en mr. H. Bakker, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 december 2024.
De griffier mr. H. Bakker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.