Strafrecht overig
Namens de verdachte heeft de raadsvrouw per e-mailbericht te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep…
ECLI:NL:GHAMS:2025:2061 · Gerechtshof Amsterdam · 6 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-2061
Zaakgegevens
Op 6 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 maart 2025
- Datum publicatie
- 4 augustus 2025
- Zaaknummer
- 23-001553-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2061
Samenvatting
Namens de verdachte heeft de raadsvrouw per e-mailbericht te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep wenst in te trekken. Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001553-24
datum uitspraak: 6 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-099908-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 maart 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte met toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Namens de verdachte heeft de raadsvrouw bij e-mailbericht van 20 december 2024 te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep wenst in te trekken. Intrekking van het hoger beroep is niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere zitting van het hof, namelijk op 20 augustus 2024, is aangevangen. Het hof leidt evenwel uit dit e-mailbericht af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Om die reden zal de verdachte, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. C.J. van der Wilt en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
6 maart 2025.