Strafrecht overig
De verdachte heeft niet langer belang bij het voortzetten van het hoger beroep en wenst het hoger beroep…
ECLI:NL:GHAMS:2025:630 · Gerechtshof Amsterdam · 11 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2025-630
Zaakgegevens
Op 11 maart 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 maart 2025
- Datum publicatie
- 14 maart 2025
- Zaaknummer
- 23-002508-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2025:630
Samenvatting
De verdachte heeft niet langer belang bij het voortzetten van het hoger beroep en wenst het hoger beroep daarom in te trekken. N-o verklaren van de verdachte in het hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002508-23
datum uitspraak: 11 februari 2025
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 september 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-214076-23 tegen
[verdachte] ,
geboren te Bir [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1996,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2025.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Per e-mailbericht van 21 januari 2025 heeft de raadsman namens de verdachte aan het hof medegedeeld dat de verdachte niet langer belang heeft bij het voortzetten van het hoger beroep en het hoger beroep daarom wenst in te trekken.
Intrekking van het hoger beroep was niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere (rol)zitting van het hof was aangevangen.
Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv en gehoord de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr P.J. van Eekeren en mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 februari 2025.