Strafrecht overig
Ambtelijke omkoping door gevangene in penitentiaire inrichting door geld aan te bieden aan de kapster in ruil…
ECLI:NL:GHAMS:2026:1488 · Gerechtshof Amsterdam · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-1488
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 2 juni 2026
- Zaaknummer
- 23-001029-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:1488
Samenvatting
Ambtelijke omkoping door gevangene in penitentiaire inrichting door geld aan te bieden aan de kapster in ruil voor onder meer alcohol, hasj en sigaretten. Toepassing artikel 9a Sr wegens recentelijk opgelegde TBS-maatregel in andere strafzaak en overschrijding redelijke termijn.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001029-22
datum uitspraak: 26 mei 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-731000-21 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 mei 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 april 2016 tot 1 juni 2016 te Amsterdam en/of te Uitgeest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een ambtenaar, te weten [slachtoffer] werkzaam als kapster in de [instelling ], een of meerdere gift(en) heeft gedaan, te weten:
een geldbedrag van ongeveer EUR 300,- en/of 6 maal, althans een of meermalen, een geldbedrag van ongeveer EUR 50,- per voorwerp, althans een of meerdere geldbedrag(en),
met het oogmerk om die [slachtoffer] te bewegen in haar bediening, als ambtenaar iets te doen of na te laten en/of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [slachtoffer] in haar huidige en/of vroegere bediening, als ambtenaar is gedaan en/of nagelaten, te weten:
het een- of meermalen mee naar binnen nemen van goederen waaronder drank en/of een USB-stick en/of een telefoonoplader en/of hasj en/of sigaretten in [instelling ] voor verdachte, terwijl verdachte gedetineerd was in deze [instelling ];
subsidiair
hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode vanaf 1 april 2016 tot 1 juni 2016 te Amsterdam en/of te Uitgeest, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] , die, anders dan als ambtenaar, werkzaam was in dienstbetrekking, namelijk als kapster in de [instelling ], naar aanleiding van hetgeen deze in haar betrekking heeft gedaan en/of nagelaten en/of zal doen en/of zal nalaten, te weten: het een- of meermalen mee naar binnen nemen van goederen waaronder drank en/of een USB-stick en/of een telefoonoplader en/of hasj en/of sigaretten in [instelling ] voor verdachte, terwijl verdachte gedetineerd was in deze [instelling ], een of meerdere gift(en) heeft gedaan, te weten:
een geldbedrag van ongeveer EUR 300,- en/of 6 maal, althans een of meermalen, een geldbedrag van ongeveer EUR 50,- per voorwerp, althans een of meerdere geldbedrag(en) en/of een of meerdere voorwerp(en),
van die aard of onder zodanige omstandigheden, dat verdachte redelijkerwijs moest aannemen dat deze [slachtoffer] handelde in strijd met haar plicht en dit aannemen en/of vragen van een of meerdere gift(en) (telkens) in strijd met de goede trouw tegenover haar werkgever heeft verzwegen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde, met uitzondering van het medeplegen.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van het primair tenlastegelegde stelt de raadsman dat [slachtoffer] niet kan worden aangemerkt als ambtenaar. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde stelt de raadsman dat er geen sprake is van omkoping. Ten tijde van het tenlastegelegde was [slachtoffer] niet in dienstbetrekking en haar handelen kwam niet voort uit financiële prikkels vanuit anderen, maar uit haar eigen keuzes.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat het begrip ‘ambtenaar’ in de zin van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) op grond van de geldende jurisprudentie zodanig moet worden uitgelegd dat daaronder tevens is begrepen degene die onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd teneinde (een deel van) de taak van de Staat of zijn organen te verrichten.
Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat [slachtoffer] , die blijkens het dossier en het onderzoek ter terechtzitting gedurende de tenlastegelegde periode in opdracht van de Staat der Nederlanden als kapster werkzaam was bij de [instelling ] , kan worden aangemerkt als ambtenaar. Hiertoe is voor het hof van belang dat [slachtoffer] haar werkzaamheden binnen de [instelling ] heeft verricht en alleen ter plaatse kon verrichten. Omdat de taakstelling van een [instelling ] . bij uitstek is voorbehouden aan de overheid, staat daarmee het openbaar karakter van haar functie vast. Door het knippen van gedetineerden in de [instelling ] . voerde [slachtoffer] ingevolge artikel 44 lid 4 van de Penitentiaire beginselenwet bovendien onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid een taak uit in het kader van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.
Op basis van de bewijsmiddelen (die zullen worden opgenomen in de aanvulling op dit arrest als er cassatieberoep wordt ingesteld) waaronder tapgesprekken, de verklaringen van [slachtoffer] en de verklaring van de verdachte, kan worden vastgesteld dat [slachtoffer] geldbedragen heeft ontvangen en in ruil daarvoor de tenlastegelegde goederen heeft meegenomen de gevangenis in.
Het hof acht, gelet op het voorgaande, het primair tenlastegelegde bewezen.
Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een of meerdere medeverdachte(n) niet is komen vast te staan. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op tijdstippen in de periode vanaf 1 april 2016 tot 1 juni 2016 te Amsterdam, een ambtenaar, te weten [slachtoffer] , werkzaam als kapster in de [instelling ] Over-Amstel, giften heeft gedaan, te weten: geldbedragen, met het oogmerk om die [slachtoffer] te bewegen in haar bediening als ambtenaar iets te doen, te weten: het mee naar binnen nemen van goederen waaronder drank en een USB-stick en een telefoonoplader en hasj en sigaretten in [instelling ] Over-Amstel voor verdachte, terwijl verdachte gedetineerd was in deze [instelling ].
Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het primair bewezenverklaarde levert op:
aan een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg subsidiair bewezenverklaarde feit veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren te vervangen door 75 dagen hechtenis, waarvan 75 uren te vervangen door 38 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.
De raadsman heeft ook verzocht toepassing te geven aan artikel 9a Sr, gelet op het aanzienlijke tijdsverloop en het feit dat artikel 63 Sr meermalen van toepassing is.
Het hof heeft in hoger beroep gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich als gevangene in een [instelling ] schuldig gemaakt aan het omkopen van een kapster die in de gevangenis werkte. Tegen betaling smokkelde zij onder meer alcohol, hasj en sigaretten voor de verdachte de gevangenis in. Hierdoor heeft de verdachte de voorschriften en het gezag van de gevangenis ondermijnd, en de veiligheid in het geding gebracht.
Hoewel het hof, gelet op het voorgaande, de door de politierechter opgelegde straf in beginsel passend acht, ziet het in de volgende omstandigheden aanleiding daarvan af te wijken. Op 13 mei 2025 is aan de verdachte in de zaak met parketnummer 23-002864-23 bij inmiddels onherroepelijk geworden arrest de TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd. Het hof constateert verder dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 13 april 2022 hoger beroep ingesteld. Nu het hof op 26 mei 2026 eindarrest wijst, is de redelijke termijn in hoger beroep met twee jaar en één maand overschreden. Ook houdt het hof rekening met artikel 63 Sr.
Deze omstandigheden brengen het hof ertoe toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a Sr, zodat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het primair bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. D.A.C. Koster en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 mei 2026.
Mr. R.A.E. van Noort en mr. S.B. Kuvel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]