Strafrecht overig

Vernietiging van het vonnis. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet…

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
23-001854-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2193
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietiging van het vonnis. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod (slikkersbollen). Overschrijding redelijke termijn met zo'n 13,5 maand. Gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van voorarrest. Verbeurdverklaring in beslag genomen voorwerpen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001854-23

datum uitspraak: 30 juli 2026

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlemmermeer) van 13 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-131998-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 27 mei 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing over de bewijsvraag komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring. Hij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte zelf bewust de keuze heeft gemaakt om de verdovende middelen naar Nederland te smokkelen.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van het dossier stelt het hof het volgende vast.

Op 27 mei 2023 is de verdachte na een vliegreis vanuit Paramaribo (Suriname) aangehouden op Schiphol op verdenking van invoer van verdovende middelen, omdat zij – kort gezegd – voldeed aan een aantal van de zogenoemde slikkerscriteria en omdat de speurhond van de douane verhoogd zoekgedrag bij haar lichaam vertoonde. Bij de verdachte zijn in totaal 95 slikkersbollen aangetroffen; de slikkersbollen zijn in beslag genomen. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is gebleken dat deze slikkersbollen gezamenlijk 931 gram cocaïne bevatten.

De verdachte heeft zowel tijdens het politieverhoor als op de zitting in eerste aanleg verklaard dat onder dwang de slikkersbollen bij haar zijn ingebracht. Deze verklaring is voor het hof niet aannemelijk geworden. Om die reden komt het hof – anders dan de politierechter – tot een bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 27 mei 2023 te Schiphol, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid cocaïne.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde vrijgesproken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het invoeren van cocaïne op de luchthaven Schiphol. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Gelet op de hoeveelheid cocaïne kan het niet anders dan dat deze cocaïne was bedoeld voor verdere verkoop en verspreiding. De handel in harddrugs, en in het verlengde daarvan het gebruik ervan, betekenen een bedreiging van de volksgezondheid, zorgen voor onrust in de samenleving en leiden veelal, direct en indirect, tot diverse vormen van criminaliteit. Het hof rekent de verdachte aan dat zij hieraan heeft bijgedragen.

Het hof heeft bij het bepalen van (de hoogte van) de straf ook acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet hierop neemt het hof een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden als uitgangspunt.

Het hof heeft gelet op de omstandigheid dat de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is overschreden. De verdachte heeft op 13 juni 2023 hoger beroep ingesteld. Het hof doet op 30 juli 2026 uitspraak. Dit brengt mee dat de redelijke termijn in hoger beroep met zo’n 13,5 maand is overschreden. Vanwege de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn ziet het hof aanleiding om de duur van de gevangenisstraf enigszins te matigen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Naar het oordeel van het hof doet de straf zoals die door de
advocaat-generaal is gevorderd – te weten een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van voorarrest – onvoldoende recht aan de ernst van het feit, reden waarom het hof daarvan afwijkt.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

Onder de verdachte zijn een telefoon en een simkaart in beslag genomen. Deze voorwerpen behoren aan de verdachte toe. Beide voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreffen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • telefoon (PL2700-23-046699-5);

  • simkaart (PL2700-23-046699-6).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. A.W.T. Klappe en mr. L.M.G. de Weerd, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juli 2026.

mr. W.S. Ludwig is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.