Strafrecht overig
Bevestiging vonnis, met uitzondering van straf. Gevangenisstraf van 42 maanden m.a. opgelegd (in eerste…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2363 · Gerechtshof Amsterdam · 6 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2363
Zaakgegevens
Op 6 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2026
- Datum publicatie
- 23 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-000235-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2363
Samenvatting
Bevestiging vonnis, met uitzondering van straf. Gevangenisstraf van 42 maanden m.a. opgelegd (in eerste aanleg 3 jaren m.a.).
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 23 januari 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:486Gerechtshof Amsterdam · 6 augustus 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2363
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000235-26
datum uitspraak: 6 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2026 in de strafzaak onder parketnummer 71-135968-25 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1999,
adres: [adres] .
thans gedetineerd in [detentieadres] ,
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen, behalve ten aanzien van de door de rechtbank opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat aan de verdachte maximaal een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren dient te worden opgelegd, gelet op straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van 20 handgranaten, 4 (semi)automatische vuurwapens, een geluidsdemper en munitie en daarnaast aan het medeplegen van een poging tot uitvoer van deze wapens. Deze wapens zijn tijdens een verkeerscontrole aangetroffen in een koffer in het voertuig van de verdachte. Het voorhanden hebben van wapens en munitie is een ernstig strafbaar feit en door de poging van de verdachte om de deze wapens en munitie naar het buitenland te vervoeren krijgt dit feit bovendien een grensoverschrijdend en ondermijnend karakter.
Het handelen van de verdachte, zeker in de omvang zoals bewezenverklaard, brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee, maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en creëert gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verspreiding van dergelijke wapens draagt bij aan het gebruik daarvan en de handel daarin, wat niet zelden leidt tot dodelijke slachtoffers en andere vormen van gewelddadige en ondermijnende criminaliteit. Het hof is van oordeel dat de feiten zo ernstig zijn dat alleen het opleggen van een gevangenisstraf op zijn plaats is.
Ter terechtzitting heeft de verdachte spijt betuigd van zijn handelen en heeft hij verklaard dat hij beseft dat de wapens veel schade hadden kunnen veroorzaken. Hij heeft een verloofde, met wie hij in juni 2026 zou gaan trouwen, en familie die wacht op zijn terugkeer naar Frankrijk. Na detentie kan hij aan de slag als isolatietechnicus bij [bedrijf].
Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 9 juli 2026 is de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor enig strafbaar feit. Wel volgt uit een uittreksel uit de Franse Justitiële Documentatie van 14 mei 2025 dat de verdachte bij een op 1 februari 2023 onherroepelijk geworden uitspraak is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden wegens een gekwalificeerde diefstal.
Het hof heeft bij de bepaling van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf acht geslagen op straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd, en op de Oriëntatiepunten voor Straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Het hof is van oordeel dat de strafoplegging in eerste aanleg in onvoldoende mate recht doet aan de ernst van de feiten en het gevolg dat door het handelen van de verdachte een groot aantal gevaarlijke en illegale wapens in het criminele circuit terecht zouden komen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 14, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. R.A.J. Hübel en mr. L.M.G. de Weerd, in tegenwoordigheid van mr. S.K. van Eck, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 augustus 2026.
=========================================================================
[…]