Strafrecht overig

Betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Intrekking bezwaren.

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
23-002875-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2419
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Intrekking bezwaren.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002875-25

datum uitspraak: 13 augustus 2026

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2025 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-339808-24 tegen de betrokkene

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,

adres: [adres] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2026.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de betrokkene in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 11 augustus 2026 wenst de betrokkene het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. L.F. Roseval en mr. H.A. Stalenhoef, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 augustus 2026.