Belastingrecht

IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering. Compromis ter zitting.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 januari 2021

Zaakgegevens

Op 5 januari 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
5 januari 2021
Datum publicatie
6 januari 2021
Zaaknummer
19/01547
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:78
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

IB/PVV. Verzoek ambtshalve vermindering. Compromis ter zitting.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:RBGEL:2019:4710
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 januari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHARL:2021:78

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer 19/01547

uitspraakdatum: 5 januari 2021

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 oktober 2019, nummer AWB 19/748, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Arnhem (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Daarbij is een beschikking heffingsrente vastgesteld.

1.2.

Belanghebbende heeft een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend. De Inspecteur heeft dat verzoek afgewezen en heeft het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter (digitale) zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2020. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Feiten

De Rechtbank heeft beslist dat de Inspecteur het verzoek van belanghebbende om een ambtshalve vermindering terecht heeft afgewezen omdat, gelet op het bepaalde in artikel 9.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in combinatie met artikel 45aa, onder a van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001, het te laat - buiten de vijfjaarstermijn - is ingediend. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.

3 Geschil

In geschil is of belanghebbende tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering heeft ingediend. Inhoudelijk zijn de aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning in geschil.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Ter (digitale) zitting van het Hof zijn partijen betreffende de inhoudelijke kwestie - aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning - tot een compromis gekomen, inhoudende dat alsnog een bedrag van € 9.600 aan kosten in aanmerking zal worden genomen, welk bedrag volledig in mindering zal worden gebracht op het inkomen van belanghebbende. Het Hof zal partijen daarin volgen.

4.2.

Het belastbaar inkomen uit werk en woning van belanghebbende, tevens verzamelinkomen, moet worden vastgesteld op € 43.494 -/- € 9.600 = € 33.894.

4.3.

Het hoger beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de heffingsrente. Belanghebbende heeft hiertegen geen zelfstandige grieven aangevoerd. Het hoger beroep is slechts gegrond voor zover het de vorenbedoelde vermindering van de aanslag betreft.

Slotsom
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond.

5 Griffierecht en proceskosten

Belanghebbende heeft verklaard geen aanspraak te maken op een proceskostenvergoeding. Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de terugbetaling van het griffierecht.

6 Beslissing

Het Hof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

– verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;

– vernietigt de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur;

– willigt het verzoek tot ambtshalve vermindering in;

– vermindert de aanslag IB?PVV 2011 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.894;

– vermindert het verzamelinkomen tot € 33.894;

– vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;

– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt te weten € 47 in verband met het beroep bij de Rechtbank en € 128 in verband met het hoger beroep bij het Hof.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Linssen, voorzitter, mr. R. den Ouden en mr. M.G.J.M. van Kempen, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 januari 2021.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De voorzitter,

(I. Linssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 12 januari 2021.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.