Civiel recht overig
Herstelexploot. Geen sprake van met nietigheid bedreigd gebrek of daaraan gelijk te stellen fout…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 april 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8220 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2013-bz8220
Zaakgegevens
Op 23 april 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 200.124.034
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.H. Raadgever
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8220
Samenvatting
Herstelexploot. Geen sprake van met nietigheid bedreigd gebrek of daaraan gelijk te stellen fout. Niet-ontvankelijkheid op de voet van HR 26 februari 2010, LJN BL2246 en HR 25 januari 2008, LJN BB9783? Appellant mag zich uitlaten over voorlopig oordeel van het hof terzake.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.124.034
(zaaknummer rechtbank Utrecht 319131)
arrest van de eerste kamer van 23 april 2013
inzake
1. [appellant sub 1],
wonende te Utrecht,
2. Elisabeth Johanna Maria Frankenmolen,
wonende te ’s-Gravenhage,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Strovast B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
appellanten,
advocaat: mr. J.W.H. Raadgever,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Interne Zaken B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
geïntimeerde,
in hoger beroep niet verschenen.
Partijen zullen hierna Strovast c.s. en IZ worden genoemd.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de tussen IZ als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie en Strovast c.s. als gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie gewezen vonnissen van de rechtbank Utrecht van 11 april 2012 en 28 november 2012.
2 Het geding in hoger beroep
2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 19 februari 2013;
- het exploot d.d. 15 maart 2013.
2.2 De zaak is op de rol van 26 maart 2013 door Strovast c.s. aangebracht. IZ is niet verschenen. Vervolgens heeft het hof ambtshalve arrest bepaald.
3 De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.1 Bij exploot van 19 februari 2013 hebben Strovast c.s. aan IZ aangezegd in hoger beroep te komen van voornoemd vonnis van de rechtbank Utrecht van 28 november 2012 en hebben zij IZ gedagvaard om ter terechtzitting van dit hof te verschijnen. Blijkens het bijgevoegde afschrift van het exploot van dagvaarding van 19 februari 2013 was IZ opgeroepen om te verschijnen ter terechtzitting van dit hof van 19 maart 2013 om 10.00 uur. Op 19 maart 2013 is de zaak niet ingeschreven; bij H-4 formulier van 15 maart 2013 hebben Strovast c.s. verzocht de zaak in te trekken.
3.2 Op 15 maart 2013 hebben Strovast c.s., onder uitdrukkelijke handhaving van het exploot van dagvaarding van 19 februari 2013, een exploot uitgebracht waarbij IZ is opgeroepen om op 26 maart 2013 om 10.00 uur ter terechtzitting van dit hof te verschijnen. In dit herstelexploot is onder meer het volgende vermeld:
“AANGEZEGD
dat gerekwireerde aangeeft dat in haar exploot van dagvaarding, d.d. 19 februari 2013 bete-kend door gerechtsdeurwaarder G. Ganesh aan gerekwireerde voornoemd abusievelijk geen zittingsdatum en tijdstip staan vermeld, welke gebrek zekerheidshalve door middel van dit exploot wordt hersteld;”
3.3 Zoals blijkt uit hetgeen in rechtsoverweging 3.1 is vastgesteld, waren in (het afschrift van) het exploot van dagvaarding van 19 februari 2013 zittingsdatum en tijdstip wel vermeld. Ook in het originele exploot van 19 februari 2013 zoals dit ten behoeve van de zitting van 19 maart 2013 door Strovast c.s. aan het hof was toegezonden, zijn zittingsdatum en tijdstip vermeld. Datgene wat met het exploot van 15 maart 2013 is beoogd te herstellen, behoefde dus geen herstel aangezien het gemelde gebrek zich blijkens de aan het hof overgelegde stukken niet voordeed. Daarnaast bevat het exploot van 19 februari 2013 ook overigens geen met nietigheid bedreigd gebrek of een daaraan gelijk te stellen fout in de dagvaarding.
3.4 Gelet op het voorgaande kan het exploot van 15 maart 2013 niet worden beschouwd als een herstelexploot omdat het niet strekt tot herstel van gebreken in het eerste exploot die nietigheid met zich brengen als bedoeld in artikel 120 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (vergelijk Hoge Raad 26 februari 2010, LJN BL2246). Het kan ook niet dienen tot herstel van het niet inschrijven van het eerste exploot ter rolle.
3.5 Het voorgaande leidt het hof voorshands tot de conclusie dat Strovast c.s. niet in hun hoger beroep kunnen worden ontvangen, omdat het tijdig uitgebrachte exploot van 19 februari 2013 niet is ingeschreven en omdat het, wel ingeschreven, exploot van 15 maart 2013 is uitgebracht na het verstrijken van de appeltermijn (vergelijk Hoge Raad 25 januari 2008, LJN BB9783). Alvorens te beslissen, zal het hof Strovast c.s. in de gelegenheid stellen om zich over dit voorlopige oordeel van het hof uit te laten.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 21 mei 2013 voor akte uitlating aan de zijde van Strovast c.s. zoals bedoeld in r.o. 3.5;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.J. Laurentius-Kooter, K.J. Haarhuis en F.J.P. Lock, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 april 2013.
Bij afwezigheid van de voorzitter is dit arrest ondertekend door mr. Lock.