Civiel recht overig
Arrest met rolverwijzing.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 maart 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:1992 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2014-1992
Zaakgegevens
Op 11 maart 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 maart 2014
- Datum publicatie
- 11 maart 2014
- Zaaknummer
- 200.025.450-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Elmers, mr. E Bos-van den Berg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:1992
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Arrest met rolverwijzing.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.025.450/01
(zaaknummer rechtbank Leeuwarden 77423/HA ZA 06-596)
arrest van de eerste kamer van 11 maart 2014
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats 1],
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. M. Elmers, kantoorhoudend te Brielle,
tegen
1 [geïntimeerde],
wonende te [woonplaats 2],
hierna: [geïntimeerde],
2. Stichting Antonius Ziekenhuis,
gevestigd te Sneek,
hierna: Antonius Ziekenhuis,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],
advocaat: mr. E. Bos-van den Berg, kantoorhoudend te Zwolle
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 9 juli 2013 hier over.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Ingevolge het vermelde tussenarrest heeft op 9 oktober 2013 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Het hiervan opgemaakte proces-verbaal bevindt zich in afschrift bij de stukken.
Daarna hebben beide partijen een akte (met producties) genomen.
Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.
2 De verdere beoordeling
[appellante] heeft nog niet kunnen reageren op de door [geïntimeerden] in hun akte overgelegde producties. Het hof zal haar daarom in de gelegenheid stellen een akte uitlating producties te nemen. [appellante] dient zich in deze akte strikt te beperken tot een bespreking van de overgelegde producties. Zij mag geen nieuwe producties in het geding brengen, tenzij na uitdrukkelijke toestemming van de rolraadsheer.
3 De beslissing
Het gerechtshof:
alvorens nader te beslissen:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 25 maart 2014 voor akte uitlating producties aan de zijde van [appellante];
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. J.H. Kuiper en mr. H. de Hek en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 maart 2014.