Civiel recht overig
Verdeling nalatenschap van vader en ontkenning vaderschap. Tussenarrest.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 mei 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:3706 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 mei 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2014-3706
Zaakgegevens
Op 6 mei 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 mei 2014
- Datum publicatie
- 7 mei 2014
- Zaaknummer
- 200.075.043-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.A Pots, mr. S.C Zum Vörde Sive Vörding
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:3706
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdeling nalatenschap van vader en ontkenning vaderschap. Tussenarrest.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.075.043/01
(zaaknummer rechtbank Groningen 108395 / HA ZA 09-229)
arrest van de tweede kamer van 6 mei 2014
in de zaak van
1 [appellant 1],
2. [appellant 2],
beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,
hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudend te Leeuwarden,
tegen
De ontvanger van de Belastingdienst Noord Kantoor Groningen,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna: de Ontvanger,
advocaat: mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, kantoorhoudend te Amsterdam.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 17 december 2013 hier over.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
[appellanten] hebben op 14 januari 2014 een akte uitlating genomen, waarna de Ontvanger op 11 februari 2014 een antwoordakte heeft genomen.
Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.
2 De verdere beoordeling
[appellanten] hebben bij akte de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 25 juni 2013 in het geding gebracht, waarin [appellanten] niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [X]. [appellanten] hebben daarbij verklaard dat [appellant 1] van deze beschikking in appel is gegaan bij dit hof (zaaknummer 200.134.227/01) en zij geven het hof in overweging die beslissing af te wachten alvorens in de onderhavige zaak uitspraak te doen.
De Ontvanger heeft in zijn antwoordakte het standpunt ingenomen dat een nadere aanhouding van de onderhavige procedure in afwachting van de uitkomst van de ontkenningsprocedure niet gerechtvaardigd is.
Het hof overweegt dat haar ambtshalve bekend is dat de familiekamer van dit hof op 3 april 2014 een beschikking heeft gewezen in voormelde zaak met zaaknummer 200.134.227/01. Nu voor de door de Ontvanger gevorderde verdeling van de nalatenschap van [X] essentieel is dat [appellant 1] erfgenaam is, zal het hof [appellanten] in de gelegenheid stellen voormelde beschikking van dit hof van 3 april 2014 bij akte in het geding te brengen. Daarbij dienen [appellanten] zich er over uit te laten welke consequenties deze beschikking volgens hen heeft voor de onderhavige hoger beroepsprocedure. De Ontvanger zal daarna een antwoordakte mogen nemen.
In afwachting van de door [appellanten] te nemen akte en de door de Ontvanger te nemen antwoordakte houdt het hof iedere verdere beslissing aan.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 juni 2014 teneinde [appellanten] in de gelegenheid te stellen bij akte zich uit te laten als hiervoor omschreven in rechtsoverweging 2.3;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. W. Breemhaar en mr. B.J.H. Hofstee en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2014.