Civiel recht overig

Op grond van een PrimeLine overeenkomst is een creditcard verstrekt. De aflossingstermijnen zijn niet stipt…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 mei 2014

Zaakgegevens

Op 27 mei 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
27 mei 2014
Datum publicatie
27 mei 2014
Zaaknummer
200.114.609-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. J.D Nijenhuis, mr. J Doornbos
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:4251
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Op grond van een PrimeLine overeenkomst is een creditcard verstrekt. De aflossingstermijnen zijn niet stipt voldaan, waarna de volledige som in rechte is gevorderd. In eerste aanleg is de vordering afgewezen omdat geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid om bij repliek in te gaan op het verweer van de schuldenaar. In hoger beroep is de vordering alsnog afdoende onderbouwd, waarop zij is toegewezen. De proceskostenveroordeling in eerste aanleg ten laste van de schuldeiser is in stand gelaten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.114.609/01

(zaaknummer rechtbank Groningen 5405 CV EXPL 12-3278)

arrest van de eerste kamer van 27 mei 2014

in de zaak van

LaSer Nederland B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellante,

in eerste aanleg: eiser,

hierna: Laser,

advocaat: mr. J.D. Nijenhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J. Doornbos, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding in eerste instantie

1.1

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 4 juli 2012 van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 20 september 2012 is door Laser hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis van 4 juli 2012.

2.2

De conclusie van de memorie van grieven (met vijf producties) van Laser luidt:

"(...) bij arrest, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. het vonnis van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen, tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde gewezen op 04-07-2012 (...) te vernietigen en opnieuw recht te doen;

II. geïntimeerde te veroordelen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan appellante te betalen een bedrag van € 4.673,93 welk bedrag nog vermeerderd dient te worden met de contractuele rente vanaf 26 maart 2012, de datum van de inleidende dagvaarding, over € 4.665,77 tot de dag der algehele voldoening, welke contractuele rente bij wijziging van de krachtens het Besluit Kredietvergoeding ten hoogste toegelaten rente wordt aangepast.

III. geïntimeerde te veroordelen in de kosten van beide instanties, de nakosten daarin begrepen."

2.3

Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"(...) bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. onder afwijzing van hetgeen door Laser in appèl is gevorderd, het vonnis van de Rechtbank te Groningen d.d. 4 juli 2012 tussen partijen gewezen te bekrachtigen, al dan niet met verbetering en/of aanvulling van de gronden.

2. Laser te veroordelen in de kosten van beide instanties."

2.4

Laser heeft op 19 november 2013 een akte (zonder producties) genomen, waarop [geïntimeerde] bij antwoordakte heeft gereageerd.

2.5

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

3 De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

De kantonrechter heeft niet zelf de feiten vastgesteld, zodat het hof dat zal doen.

3.2

[geïntimeerde] is ten behoeve van de aankoop van een roerende zaak een (PrimeLine) kredietovereenkomst met Laser aangegaan. Op grond van deze door [geïntimeerde] op 4 januari 2007 ondertekende overeenkomst is aan [geïntimeerde] een creditcard verstrekt. In de overeenkomst is vermeld dat de bestedingslimiet van de [electronicawinkel] Visa Card € 1.250,- bedraagt, dat deze bestedingslimiet kan worden aangepast en dat het effectieve kredietvergoedingspercentage 16% op jaarbasis bedraagt per peildatum 1 juli 2006.

3.3

[geïntimeerde] heeft de overeengekomen termijnen niet stipt voldaan.

3.4

[geïntimeerde] heeft diverse malen een bedrag overgemaakt dat strekte tot vermindering van zijn openstaande schuld bij Laser.

3.5

In eerste aanleg heeft Laser een bedrag van (totaal) € 4.673,93 van [geïntimeerde] gevorderd, te vermeerderen met rente en kosten.

3.6

De kantonrechter heeft in het beroepen vonnis van 4 juli 2012 overwogen (samengevat) dat Laser niet heeft voldaan aan haar stelplicht, omdat zij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bij conclusie van repliek in eerste aanleg te reageren op het verweer van [geïntimeerde]. De kantonrechter heeft de vordering van Laser daarom afgewezen en Laser in de proceskosten van [geïntimeerde] (nihil) veroordeeld.

4 De beoordeling in hoger beroep

Toelaatbaarheid akte

4.1

Volgens [geïntimeerde] is de in 2.4 bedoelde akte van Laser een verkapte conclusie. De akte is genomen in strijd met de twee-conclusie-regel en dient daarom buiten beschouwing te worden gelaten, aldus [geïntimeerde].

4.2

Het hof stelt vast dat de akte van Laser geen nieuwe grieven bevat. Van schending van de twee-conclusie-regel is daarom geen sprake. Het hof overweegt voorts dat [geïntimeerde] bij memorie van antwoord een nieuwe feitelijke stelling heeft betrokken (uit het door Laser in het geding gebrachte mutatieoverzicht valt niet te herleiden dat die betrekking heeft op de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst) en een nieuw verweer heeft gevoerd (de bestedingslimiet van de creditcard was € 1.250,- zodat nimmer een schuld van € 4.000,- zou kunnen en mogen ontstaan). Laser is in haar akte ingegaan op deze nieuwe stelling en dit nieuwe verweer. [geïntimeerde] heeft hierop bij antwoordakte kunnen reageren, zodat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden. Het hof zal de akte van Laser (en de antwoordakte van [geïntimeerde]) derhalve meenemen in de beoordeling.

Omvang van het appel

4.3

[geïntimeerde] stelt dat Laser niet heeft gegriefd tegen de in 3.6 weergegeven overweging van de kantonrechter. Volgens [geïntimeerde] staat daarmee in rechte vast dat Laser niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zodat de vordering van Laser ook in hoger beroep dient te worden afgewezen.

4.4

Dit standpunt stuit echter af op de herstelfunctie van het hoger beroep. Naar vaste jurisprudentie strekt het hoger beroep er mede toe de appellerende partij de gelegenheid te bieden tot verbetering en aanvulling van hetgeen hij zelf bij de procesvoering in eerste aanleg heeft gedaan of nagelaten (Hoge Raad 11 december 1998, ECLI:NL:HR:1998: ZC2803).

4.5

Het standpunt van [geïntimeerde] mist bovendien feitelijke grondslag. In haar enige grief stelt Laser dat haar vordering ten onrechte is afgewezen en zij onderbouwt (met verwijzing naar producties) waarom de vordering (alsnog) moet worden toegewezen. Dusdoende heeft Laser wel gegriefd tegen de in 3.6 weergegeven overweging van de kantonrechter en heeft Laser de herstelfunctie van het hoger beroep aangegrepen om haar vordering (alsnog) te onderbouwen.

Ten aanzien van de vordering

4.6

[geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord gewezen op verschillen in de door Laser in haar processtukken gehanteerde bedragen.

4.7

Bij inleidende dagvaarding is aangegeven dat de vordering van € 4.673,93 uiteen valt in een hoofdsom van € 4.665,77 plus € 8,16 aan rente vanaf de dag dat de vordering uit handen is gegeven voor het gerechtelijke traject. De door Laser in hoger beroep gegeven specificatie van de vordering sluit op een bedrag van € 4.666,69. In haar akte van 19 november 2013 heeft Laser aangegeven dat het bedrag van € 8,16 al was verwerkt in de hoofdsom van € 4.665,77.

4.8

Naar 's hofs oordeel heeft Laser daarmee een plausibele verklaring gegeven voor het verschil van € 0,92 tussen het in eerste aanleg gevorderde bedrag en de specificatie van de vordering in hoger beroep. Aangezien [geïntimeerde] in zijn antwoordakte niet meer op dit onderdeel heeft gereageerd, neemt het hof als vaststaand aan dat de vordering van Laser op [geïntimeerde] op 25 maart 2012 in hoofdsom € 4.666,69 bedroeg.

Ten aanzien van de grief

4.9

Op de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord ingenomen nieuwe stelling dat uit het door Laser in het geding gebrachte mutatieoverzicht niet valt te herleiden dat die betrekking heeft op de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst, is Laser in haar akte van 19 november 2013 ingegaan. Laser stelt dat uit het mutatieoverzicht (productie 4 bij de memorie van grieven) blijkt dat de eerste aankoop van [geïntimeerde] met de creditcard een product ter waarde van € 599,- is geweest dat [geïntimeerde] op 4 januari 2007 heeft gekocht bij [electronicawinkel]. Op het nieuwe verweer van [geïntimeerde] dat de bestedingslimiet van de creditcard € 1.250,- was, zodat nimmer een schuld van € 4.000,- zou kunnen en mogen ontstaan, heeft Laser gereageerd met de stelling dat uit het mutatieoverzicht blijkt dat [geïntimeerde] gebruik heeft gemaakt van de in de (Primeline) overeenkomst opgenomen mogelijkheid om de bestedingslimiet van de creditcard te verhogen, aangezien uit dat overzicht blijkt dat [geïntimeerde] op 7 augustus 2007 een bedrag van € 3.000,- heeft opgenomen. De bedragen die [geïntimeerde] stelt te hebben afgelost, zijn ook in dit mutatieoverzicht opgenomen, aldus tot zover Laser.

4.10

Het hof overweegt dat de tussen partijen opgemaakte schriftelijke overeenkomst steun biedt aan de stelling van Laser dat de (Primeline) overeenkomst is aangegaan in verband met de aanschaf van een artikel van € 599,- bij[electronicawinkel]. In de overeenkomst is rechtsboven de naam en het adres van laatstgenoemd bedrijf vermeld, terwijl linksboven in de overeenkomst het bedrag van € 599,- is vermeld. Het hof neemt voorts in aanmerking dat de conrete en met stukken onderbouwde stellingen van Laser onvoldoende concreet zijn betwist door [geïntimeerde]. Zo heeft [geïntimeerde] niet betwist dat de overeenkomst op grond waarvan aan hem een creditcard is verstrekt, is aangegaan in verband met de aanschaf van een artikel van € 599,- bij[electronicawinkel] en dat hij op 7 augustus 2007 met behulp van de creditcard een bedrag van € 3.000,- heeft opgenomen.

4.11

Uit het voorgaande maakt het hof de gevolgtrekking dat de in 4.9 vermelde stellingen van Laser door [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd zijn betwist. Daarmee staat vast dat het mutatieoverzicht betrekking heeft op de tussen partijen gesloten overeenkomst alsmede dat [geïntimeerde] - na verhoging van de bestedingsruimte van de [electronicawinkel] Visa Card - op 8 augustus 2007 een bedrag van € 3.000,- heeft ontvangen. Bij gebreke van een verdere betwisting van (de hoogte van) de vordering, staat daarmee vast dat Laser een vordering op [geïntimeerde] heeft ter hoogte van het in het slot van 4.8 genoemde bedrag.

Slotsom

4.12

Uit het voorgaande volgt dat de grief van Laser slaagt. Haar vordering is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, toewijsbaar tot een bedrag in hoofdsom van € 4.666,69. De contractuele rente ingaande 26 maart 2012 zal worden toegewezen over het in het petitum gehanteerde bedrag van € 4.665,77, aangezien anders meer zou worden toegewezen dan is gevorderd.

4.13

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, behoudens de daarin gegeven proceskostenveroordeling die te wijten is aan de gebrekkige procesvoering van Laser in eerste aanleg.

4.14

[geïntimeerde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep. De proceskosten zullen worden vastgesteld op € 749,17 aan verschotten en op € 948,- aan geliquideerd salaris van de advocaat (1½ punt in tarief I). De gevorderde nakosten zullen op na te melden wijze worden toegewezen.

De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de kantonrechter van 4 juli 2012, behoudens de daarin gegeven proceskostenveroordeling,

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Laser van € 4.666,69, te vermeerderen met de contractuele rente over € 4.665,77 met ingang van 26 maart 2012 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van Laser vast op:

- € 749,17 aan verschotten,

- € 948,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

- € 131,- voor nasalaris van de advocaat,

- € 68,00 voor nasalaris van de advocaat indien niet binnen veertien dagen na

aanschrijving aan deze uitspraak is voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mr. L. Groefsema, mr. H. de Hek en mr. A.M. Koene, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 27 mei 2014.