Civiel recht overig

Incassovordering door de rechtbank afgewezen op grond van de stelplicht. Hof is van oordeel dat eisende…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 september 2014

Zaakgegevens

Op 16 september 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
16 september 2014
Datum publicatie
16 september 2014
Zaaknummer
200.123.950-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P.L Verhulst, mr. S.G Rissik
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:7147
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Incassovordering door de rechtbank afgewezen op grond van de stelplicht. Hof is van oordeel dat eisende partij wel genoeg heeft gesteld en geeft een bewijsopdracht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.123.950/01

(zaaknummer rechtbank Assen 91542 / HA ZA 12-67)

arrest van de eerste kamer van 16 september 2014 in de zaak van:

Rias B.V.,

gevestigd te Roden,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Rias,

advocaat: mr. P.L. Verhulst, kantoorhoudend te Vries,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. S.G. Rissik, kantoorhoudend te Groningen.

1 Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van

25 april 2012 en 21 november 2012 van de toenmalige rechtbank Assen, sector civiel recht (hierna: de rechtbank).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Bij exploot van 18 februari 2013 is door Rias hoger beroep ingesteld van het vonnis van de rechtbank van 21 november 2012.

2.2

Rias heeft een memorie van grieven (met vijf producties) genomen. Het hof begrijpt de conclusie van de appeldagvaarding en de memorie van grieven aldus, dat Rias vordert dat het hof bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis vernietigt en [geïntimeerde] veroordeelt tot:

"1. betaling van al hetgeen per dagvaarding de dato 17 februari 2012 in eerste aanleg is gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag vanaf

1 augustus 2009;

2. Geïntimeerde [geïntimeerde] te veroordelen in de kosten van beide instanties."

2.3

Bij memorie van antwoord (met één productie) heeft [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:

"(...) bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, Rias B.V. niet ontvankelijk te verklaren in haar beroep (...), althans dit beroep te verwerpen en genoemd vonnis te bevestigen, al dan niet onder aanvulling en/of verbetering der gronden, met veroordeling van Rias B.V. in de kosten van het hoger beroep."

2.4

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd. In het door Rias overgelegde procesdossier ontbreken de producties die door Rias ter gelegenheid van de comparitie in eerste aanleg op 17 september 2012 in het geding zijn gebracht. Hiervoor heeft het hof geput uit het door [geïntimeerde] overgelegde procesdossier. Op de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het geding gebrachte productie heeft Rias niet meer kunnen reageren. Uit hetgeen hierna volgt blijkt, dat Rias hiervoor nog gelegenheid zal krijgen.

3 De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg

3.1

Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 2.1 t/m 2.5 van het vonnis van 21 november 2012 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan. Deze feiten luiden, aangevuld met hetgeen overigens is komen vast te staan, als volgt.

3.2

Rias B.V. is de handelsnaam van een op 1 september 2006 gestarte onderneming, die onder meer aluminium- en kunststof kozijnen produceert en levert. Blijkens een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel Noord-Nederland wordt de onderneming sinds 26 februari 2007 gedreven door Rias, welke rechtspersoon op laatstgenoemde datum is opgericht.

3.3

[A] is als werknemer in dienst van Rias. Enig aandeelhouder en bestuurder van Rias is [Beheer B.V.], gevestigd te [plaats], een vennootschap van een zuster van [A].

3.4

[A] heeft voorheen een eenmanszaak gedreven. Hij is in 2003 in privé failliet verklaard. De raadsman van [geïntimeerde] was destijds de curator in het faillissement van [A].

3.5

Rias heeft [geïntimeerde] een op 19 maart 2007 gedateerde factuur gezonden voor (onder meer) de levering en plaatsing van aluminium kozijnen, deuren, draaikiepramen, ventilatieroosters, HR++ glas, houten binnendeuren, koestalraampjes en een verzilverde spiegel. De factuur sluit op € 30.960,95 incl. btw. [geïntimeerde] heeft de factuur niet voldaan.

3.6

Bij inleidende dagvaarding van 17 februari 2012 heeft Rias [geïntimeerde] in rechte betrokken en gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2009, alsmede tot betaling van de proceskosten.

3.7

In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de vordering afgewezen en Rias verwezen in de proceskosten.

4 De beoordeling in hoger beroep

4.1

Rias heeft één grief ontwikkeld. De grief en de daarop gegeven toelichting komen er in de kern genomen op neer dat de rechtbank ten onrechte de vordering van Rias heeft afgewezen.

4.2

Het hof overweegt dat de rechtbank, gelet op de gedingstukken van de eerste aanleg en het verhandelde ter comparitie van 17 september 2002, heeft geoordeeld dat Rias in haar stelplicht is tekort geschoten, zodat zij niet tot bewijslevering is toegelaten. Volgens de rechtbank heeft Rias in eerste aanleg onvoldoende weerwoord gegeven op het verweer van [geïntimeerde], inhoudende - onder meer - dat niet Rias, maar [A] de materialen en diensten waarop de factuur van 19 maart 2007 betrekking heeft, aan hem heeft geleverd, en wel als tegenprestatie voor de werkzaamheden die [geïntimeerde] heeft verricht voor de toenmalige eenmanszaak van [A], welke werkzaamheden [A] destijds niet kon betalen.

4.3

In de memorie van grieven verwijt Rias de rechtbank dat zij het verweer van [geïntimeerde] niet aan een kritische beschouwing heeft onderworpen. Volgens Rias had de rechtbank moeten onderzoeken wanneer [geïntimeerde] de materialen en diensten geleverd zou hebben gekregen en door wie de materialen zijn geplaatst, of [geïntimeerde] - zoals hij stelt - inderdaad werkzaamheden voor de eenmanszaak van [A] heeft verricht en of [geïntimeerde] daarvoor facturen heeft verzonden ter grootte van ongeveer € 32.000,-. In zoverre miskent Rias dat ingevolgde de hoofdregel van art. 150 Rv op haar, Rias, de plicht rust om te stellen - en bij voldoende gemotiveerde betwisting zonodig te bewijzen - dat [geïntimeerde] bij Rias materialen heeft besteld en dat [geïntimeerde] aan Rias opdracht heeft gegeven voor het uitvoeren van de werkzaamheden waarvan Rias blijkens haar factuur van 19 maart 2007 betaling verlangt. Eerst wanneer vast staat dat Rias een vordering op [geïntimeerde] heeft, komt aan de orde wat er zij van het verweer van [geïntimeerde].

4.4

Het geding spitst zich daarom toe op de vraag of Rias voldoende heeft gesteld. Ter onderbouwing van haar vordering op [geïntimeerde] heeft Rias in het geding gebracht: de factuur van 19 maart 2007, een aantal aanmaningen met bijbehorende correspondentie en de inkoopfacturen en bestelinformatie (waaronder detailtekeningen) die volgens haar betrekking hebben op de materialen die aan [geïntimeerde] zijn geleverd. In hoger beroep heeft Rias gesteld dat enkele van deze inkoopfacturen zelfs door [geïntimeerde] voor akkoord zijn ondertekend.

4.5

Met de inkoopfacturen en de bestelinformatie, waarop in enkele gevallen is vermeld dat het materialen betreft die voor [geïntimeerde] te [woonplaats] zijn bedoeld en waarop in enkele gevallen een "akkoord" is vermeld met vermelding van een datum dan wel de naam [geïntimeerde] en/of een handtekening, heeft Rias aan haar stelplicht voldaan. Mede gelet op het verweer van [geïntimeerde], die het "onwaarschijnlijk" noemt dat de inkoopfacturen betrekking hebben op de volgens hem vóór en in de zomer van 2006 geleverde materialen en ontkent dat hij inkoopfacturen van Rias voor akkoord heeft getekend, zijn de producties van Rias en hetgeen zij ter onderbouwing van haar vordering heeft aangevoerd voor het hof voldoende aanleiding om Rias thans bewijs op te dragen van haar stellingen.

4.6

In het vervolg van de procedure (bijvoorbeeld bij akte of memorie na enquête) zal Rias nog kunnen reageren op de door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het geding gebrachte productie.

4.7

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in hoger beroep:

draagt Rias op te bewijzen dat [geïntimeerde] aan Rias (dan wel aan Rias B.V. i.o.) opdracht heeft gegeven voor de levering en plaatsing van de materialen die zijn vermeld in de factuur van 19 maart 2007 en dat Rias (dan wel Rias B.V. i.o.) deze materialen ook heeft geleverd en geplaatst;

bepaalt dat, indien Rias dat bewijs (ook) door middel van getuigen wenst te leveren, het verhoor van deze getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. H. de Hek, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

bepaalt dat Rias het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de

roldatum 30 september 2014, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) vaststelt;

bepaalt dat Rias overeenkomstig artikel 170 Rv de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

verstaat dat de advocaat van Rias uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor zal plaatsvinden een kopie van het volledige procesdossier ter griffie van het hof doet bezorgen, bij gebreke waarvan de advocaat van [geïntimeerde] alsnog de gelegenheid heeft uiterlijk één week voor de vastgestelde datum een kopie van de processtukken over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. M.E.L. Fikkers en mr. D.H. de Witte en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 september 2014.