Civiel recht overig

Burgerlijk procesrecht. Art. 6 EVRM. Schijn van partijdigheid. Verwijzing naar een aangrenzend hof.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 oktober 2014

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31 oktober 2014
Datum publicatie
4 november 2014
Zaaknummer
200.153.726-01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. R.S van der Spek, mr. W.E.M Klostermann
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:8446
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Burgerlijk procesrecht. Art. 6 EVRM. Schijn van partijdigheid. Verwijzing naar een aangrenzend hof.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.153.726/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/141428/PR RK 13-217

beschikking van de tweede kamer voor burgerlijke zaken van 31 oktober 2014

[appellant 1] en

[appellant 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ([land]),

appellanten,

hierna te noemen: [appellanten],

advocaat: mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten,

gevestigd te 's-Graveland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Natuurmonumenten,

advocaat: mr. W.E.M. Klostermann, kantoorhoudende te Zwolle.

Het geding in eerste aanleg

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de beschikking van

27 september 2013 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Nederland,

locatie Groningen, hierna te noemen de rechtbank.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 7 augustus 2014, zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van de genoemde beschikking van 27 september 2013, hierna te noemen de beroepen beschikking.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 18 september 2014, heeft Natuurmonumenten verweer gevoerd.

Het hof heeft vervolgens de mondelinge behandeling bepaald op 27 november 2014.

De beoordeling

Bij de voorbereiding van de mondelinge behandeling heeft het hof geconstateerd dat bij de beroepen beschikking een drietal arbiters, onder wie [raadsheer-plaatsvervanger], is benoemd. Aangezien [raadsheer-plaatsvervanger] ook raadsheer-plaatsvervanger in dit hof is, zal het hof, gelet op het bepaalde in

art. 6 EVRM, de zaak niet verder behandelen, maar - ter vermijding van de schijn van partijdigheid - verwijzen naar een aangrenzend hof.

Het vorenstaande heeft tot gevolg dat de op 27 november 2014 bepaalde mondelinge behandeling geen doorgang zal kunnen vinden.

De beslissing

Het gerechtshof:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar het

gerechtshof Amsterdam;

gelast de griffier om de stukken van het geding - het beroepschrift, het verweerschrift en

een afschrift van deze beschikking - te zenden naar de griffie van het gerechtshof

Amsterdam;

bepaalt dat de op 27 november 2014 bepaalde mondelinge behandeling geen doorgang zal

vinden.

De beschikking is gegeven door mr. W. Breemhaar, mr. R.E. Weening en mr. I. Tubben en uitgesproken ter openbare zitting van dit hof van vrijdag 31 oktober 2014 in het bijzijn van de griffier.