Civiel recht overig
Tussentijdse opzegging van een voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst van opdracht op grond van een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 december 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:9374 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2014-9374
Zaakgegevens
Op 2 december 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 2 december 2014
- Datum publicatie
- 3 december 2014
- Zaaknummer
- 200.157.826
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.G Liefferink, mr. M.H. Andreae
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:9374
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussentijdse opzegging van een voor bepaalde tijd gesloten overeenkomst van opdracht op grond van een contractuele opzeggingsbepaling.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.157.826
(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 2432213)
arrest van de eerste kamer van 2 december 2014
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] , België,
appellant,
hierna: ‘ [appellant] ’,
advocaat: mr. B.G. Liefferink,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] Installatietechniek B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna: ‘ [geïntimeerde] ’,
advocaat: mr. M.H. Andreae.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 16 oktober 2013, 5 maart 2014 en 21 mei 2014 die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, voor wat betreft het laatstgenoemde vonnis, heeft gewezen tussen [appellant] als eiser in verzet in conventie, eiser in reconventie, en [geïntimeerde] als gedaagde in verzet in conventie, verweerder in reconventie.
2 Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 20 augustus 2014 heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen voornoemde vonnissen van 16 oktober 2013, 5 maart 2014 en 21 mei 2014, met dagvaarding van [geïntimeerde] om op de roldatum 25 november 2014 ter zitting van het gerechtshof Arnhem te verschijnen.
Op de roldatum 25 november 2014 heeft [appellant] de zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem aangebracht en is [geïntimeerde] bij advocaat verschenen
Daarna heeft de rolraadsheer ambtshalve arrest bepaald.
3 De beoordeling van de bevoegdheid van dit gerechtshof
De dagvaarding om te verschijnen ter zitting van het gerechtshof Arnhem is niet juist.
De bestreden vonnissen van 16 oktober 2013 en 5 maart 2014 en 21 mei 2014 zijn gewezen door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem. Deze rechtbanken vallen - gelet op artikel CIV van de Wet herziening gerechtelijke kaart (verder: Wet HGK) (Staatsblad 2012, 313) – sedert die per 1 januari 2013 in werking getreden wet binnen het rechtsgebied van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hoger beroep is aanhangig gemaakt - door het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep op 20 augustus 2014 - ná inwerkingtreding van de Wet HGK, zodat dat hof bevoegd is in hoger beroep over voornoemde vonnissen te oordelen.
Gelet op het voorgaande zal het hof de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, en bepaalt dat de zaak op de rol van 23 december 2014 van dat gerechtshof wordt geplaatst voor ‘afwachten griffierecht appellant, uiterste betaaldatum
23 december 2014’;
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J.P. Lock, K.J. Haarhuis en C.J. Laurentius-Kooter, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 december 2014.