Civiel recht overig
Appellante heeft griffierecht niet betaald. Geïntimeerde wordt van de instantie ontslagen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 augustus 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:5853 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2015-5853
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2015
- Datum publicatie
- 4 augustus 2015
- Zaaknummer
- 200.169.337-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Y Moszkowicz, mr. W.F Wienen, ½ punt in tarief II)
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:5853
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Appellante heeft griffierecht niet betaald. Geïntimeerde wordt van de instantie ontslagen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.169.337/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/366497 / HL ZA 14-103)
arrest van 4 augustus 2015 in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
hierna: [appellante],
in eerste aanleg: eiseres,
advocaat: mr. Y. Moszkowicz, kantoorhoudend te Utrecht,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. W.F. Wienen, kantoorhoudend te Almere.
1 Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnissen van 18 juni 2014 en 28 januari 2015 van de rechtbank Midden-Nederland, afdeling civiel recht, locatie Lelystad (hierna: de rechtbank).
2 Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 24 april 2015 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van het eindvonnis van 28 januari 2015 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 12 mei 2015. De conclusie van de appeldagvaarding strekt tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog toewijzen van de vorderingen van [appellante] in eerste aanleg, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente.
Het door [appellante] verschuldigde griffierecht van € 711,- is niet, dan wel niet tijdig (dat wil zeggen: uiterlijk op 9 juni 2015) voldaan.
Aan [appellante] is, conform art. 2.3.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr), gelegenheid gegeven om zich bij akte uit te laten over de toepassing van de in art. 127a lid 3 Rv neergelegde hardheidsclausule. [appellante] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Op de rol van 14 juli 2015 heeft [geïntimeerde] arrest gevraagd, te wijzen op het griffiedossier.
3 De beoordeling
Ingevolge art. 127a lid 2 Rv, in samenhang met art. 353 Rv, ontslaat de rechter de gedaagde van de instantie indien de eisende partij het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, met veroordeling van de eisende partij in de kosten. Op grond van art. 127a lid 3 Rv laat de rechter toepassing van het tweede lid geheel of ten dele buiten toepassing indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
[appellante] heeft zich niet uitgelaten over het niet betalen van het griffierecht. Bij het hof zijn hierdoor geen omstandigheden bekend die met toepassing van de in art. 127a lid 3 neergelegde hardheidsclausule mogelijk tot het geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten van art. 127a lid 2 Rv aanleiding hadden kunnen geven.
Met toepassing van art. 127a lid 2 Rv zal [geïntimeerde] dan ook van de instantie worden ontslagen en zal [appellante] worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).
De beslissing
Het gerechtshof:
ontslaat [geïntimeerde] van instantie (de procedure in hoger beroep);
veroordeelt [appellante] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] tot aan deze uitspraak vast op € 447,00 aan geliquideerd salaris voor de advocaat en op € 711,- aan verschotten.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. B.J.H. Hofstee, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 4 augustus 2015.