Civiel recht overig
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2013:6370; ontbindende financieringsvoorwaarde bij verkoop chalet vervuld…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 maart 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:2078 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-2078
Zaakgegevens
Op 15 maart 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 15 maart 2016
- Datum publicatie
- 15 maart 2016
- Zaaknummer
- 200.142.885
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G Janssen, mr. A.W.M. Roozeboom
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:2078
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoger beroep van ECLI:NL:RBGEL:2013:6370; ontbindende financieringsvoorwaarde bij verkoop chalet vervuld; door verkoper aangewezen tussenpersoon is diens hulppersoon en heeft werkzaamheden voor financieringsaanvragen voortijdig afgebroken.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 20 november 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:6370Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 maart 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2016:2078
Overig
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.142.885
(zaaknummer rechtbank Gelderland 231822)
arrest van 15 maart 2016
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Continental Rekreatie B.V.,
gevestigd te Harskamp, gemeente Ede,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Continental,
advocaat: mr. G. Janssen,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [plaatsnaam] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. A.W.M. Roozeboom.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van
26 september 2012, 20 februari 2013 en 20 november 2013 die de rechtbank Arnhem, respectievelijk Oost-Nederland, respectievelijk Gelderland heeft gewezen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 24 januari 2014,
- de memorie van grieven (met één productie),
- de memorie van antwoord (met producties).
Vervolgens heeft Continental de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
3 De beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het hof ziet aanleiding een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
bepaalt dat partijen (Continental vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en bevoegd is tot het aangaan van een schikking / [geïntimeerden] in persoon) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hof, dat daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een nader te bepalen dag en tijdstip, zulks voor het onder 3.1 genoemde doel;
bij deze comparitie bestaat geen gelegenheid om pleitnotities voor te dragen;
bepaalt dat de verhinderdagen van partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met december 2016 zullen worden opgegeven op de rol van 29 maart 2016, ambtshalve peremptoir, waarna dag en uur van de comparitie (ook indien voormelde opgave van een of meer van de partijen ontbreekt) zullen worden vastgesteld en alsdan in beginsel geen uitstel in verband met verhinderingen zal worden verleend;
bepaalt dat Continental het volledige procesdossier inclusief producties in drievoud zal overleggen op genoemde rol;
bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proces-handeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, L.J. de Kerpel-van de Poel en C.G. ter Veer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2016.