Civiel recht overig
Geschil over beëindiging huurovereenkomst woonruimte. Vraag of opzegging door huurder rechtsgeldig is…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 januari 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:319 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-319
Zaakgegevens
Op 19 januari 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2016
- Datum publicatie
- 19 januari 2016
- Zaaknummer
- 200.149.034/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P van Bommel, mr. P.R Logemann
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:319
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geschil over beëindiging huurovereenkomst woonruimte. Vraag of opzegging door huurder rechtsgeldig is geschied en ook de medehuurder betreft. Beding dat bij opzegging een boete is verschuldigd, is nietig wegens strijd met artikel 7:271 lid 2 BW. Nietigheid ambtshalve toegepast.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.149.034/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 2388132\ CV EXPL 13-7795)
herstelarrest van 19 januari 2016
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. P. van Bommel, kantoorhoudend te Franeker,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [geïntimeerde 1],
2. [gëïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [gëïntimeerde 2],
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerde 1],
advocaat: mr. P.R. Logemann, kantoorhoudend te Harlingen.
1 Herstel
Het hof heeft op 8 december 2015 (eind)arrest gewezen.
In een brief van 15 december 2015 heeft de raadsman van [appellante] verzocht om herstel van een kennelijke fout, daarin bestaande dat in de proceskostenveroordeling het bedrag aan verschotten ten onrechte is gesteld op € 1.601,- in plaats van op € 308,-.
In een brief van 17 december 2015 heeft de advocaat van [geïntimeerde 1] laten weten in te kunnen stemmen met verbetering van het arrest zoals door de advocaat van [appellante] verzocht.
Het hof stelt vast dat in het eindarrest inderdaad ten onrechte een onjuist bedrag aan verschotten is vermeld en dat het juiste bedrag € 308,- betreft. Deze onjuiste vermelding is te beschouwen als een kennelijke fout. Nu deze fout zich leent voor eenvoudig herstel, is het verzoek van [appellante] tot verbetering toewijsbaar.
2 De beslissing
Het gerechtshof:
verbetert het arrest van 8 december 2015 tussen partijen gewezen, in die zin dat het in het dictum van dat arrest genoemde bedrag van € 1.601,- aan verschotten wordt gewijzigd in
€ 308,- .
Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. M.E.L. Fikkers en mr. L. Groefsema en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
19 januari 2016.