Civiel recht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 mei 2016

Zaakgegevens

Op 31 mei 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
31 mei 2016
Datum publicatie
31 mei 2016
Zaaknummer
200.170.573/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. R Verdonk, mr. C.J.J.C Arnouts
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:4295
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Comparitie-arrest.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.170.573/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/111671 / HA ZA 11-286)

arrest van 31 mei 2016

in de zaak van

1 [appellant] ,

wonende te [A] ,

2. [appellante] ,

wonende te [B] ,

3. mr. Rinke Marten Goudberg q.q.,

kantoorhoudend te Heerenveen,

hierna: mr. Rinke Marten Goudberg q.q.,

appellanten in het principaal hoger beroep,

geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,

advocaat: mr. R. Verdonk, kantoorhoudend te Heerenveen,

tegen

1 de maatschap Notarispraktijk Detmar & Troost,

gevestigd te Bolsward,

2. Sângaast B.V.,

gevestigd te Langweer,

3. [geïntimeerde3] ,

wonende te [C] ,

4. Sparrenburg Beheer B.V.,

gevestigd te Bolsward,

geïntimeerden in het principaal hoger beroep,

appellanten in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: Detmar & Troost c.s.,

advocaat: mr. C.J.J.C. Arnouts, kantoorhoudend te Amsterdam

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 21 december 2011, 8 januari 2014 en 18 februari 2015 die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen in hoger beroep d.d. 8 mei 2015 en 12 mei 2015 (met grieven en producties),

- de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep (met producties),

- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.

2.2

Vervolgens hebben appellanten de stukken voor wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De beoordeling

3.1

Het hof ziet aanleiding een meervoudige comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het inwinnen van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling.

3.2

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bepaalt dat partijen in persoon, dan wel - ingeval van een rechtspersoon - vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en hetzij bevoegd, hetzij speciaal schriftelijk gemachtigd is tot het aangaan van een schikking, samen met hun advocaten zullen verschijnen voor het hof in een nader te bepalen samenstelling, dat daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden op een nader te bepalen dag en tijdstip, zulks voor het onder 3.1 genoemde doel;

bepaalt dat verhinderdagen van partijen en hun advocaten in de maanden februari t/m april 2017 zullen worden opgegeven op de rol van 22 november 2016, ambtshalve peremptoir, waarna dag en uur van de comparitie (ook indien voormelde opgave van één of meer van de partijen ontbreekt) zullen worden vastgesteld en alsdan in beginsel geen uitstel in verband met verhinderingen zal worden verleend;

bepaalt dat [appellanten] c.s. het volledige procesdossier inclusief producties in tweevoud zullen overleggen op genoemde rol;

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de comparitie van partijen nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

bij deze comparitie is gelegenheid om een korte (max. 2 A4) pleitnota voor te dragen (voor verlengde spreektijd en/of een langere pleitnota kan de rolraadsheer op gemotiveerd verzoek toestemming verlenen);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. J.H. Kuiper en mr. L. Janse en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

31 mei 2016.