Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 oktober 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:8766 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2017-8766
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2017
- Datum publicatie
- 10 oktober 2017
- Zaaknummer
- 200.181.772
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G Janssen, mr. M. Vriezekolk
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:8766
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel/familie
zaaknummer gerechtshof 200.181.772
(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Zutphen 517970)
arrest van 10 oktober 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Eazzis Vakantie Beheer B.V.,
gevestigd te Zutphen,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres en geopposeerde,
hierna: ‘Eazzis’,
advocaat: mr. G. Janssen,
tegen:
1 [geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden en opposanten,
hierna: “ [geïntimeerde] ” (mannelijk enkelvoud),
advocaat: mr. M. Vriezekolk.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 26 januari 2016 hier over. De in dat arrest bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgehad op 26 februari 2016. Het proces-verbaal van deze comparitie bevindt zich in het dossier. In het proces-verbaal is per abuis vermeld dat mr. Vriezenkolk ter voorbereiding van de zitting een H12-formulier van 10 februari 2016 met stukken heeft toegezonden: mr. Janssen heeft deze stukken ingestuurd.
Het verdere verloop blijkt uit:
- de memorie van grieven tevens houdende akte tot vermeerdering c.q. wijziging van eis (met producties),
- de memorie van antwoord (met producties),
- een akte van 4 oktober 2016 (met producties) en een antwoordakte (met producties).
Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
2 De vaststaande feiten
Het hof gaat in hoger beroep uit van de volgende feiten.
Eazzis is beheerder van het Park Bronsbergen te Zutphen (hierna: het park).
[geïntimeerde] is sinds april 2000 eigenaar van de in het park gelegen woning [adres] . Bij akte van 18 april 2000 is vastgelegd dat tussen hem en de toenmalige beheerder van het park, Bronsbergen Facilitair Bedrijf B.V. (hierna: BFB), Bronsbergen Holding B.V. en de Vereniging van Eigenaren Rekreatiepark De Bronsbergen (hierna: de VvE) een beheerovereenkomst (hierna: beheerovereenkomst I) is gesloten. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
VERPLICHTINGEN EXPLOITANT
Artikel 1
1. De exploitant zal erop toezien en inspecteren dat:
a. de rust en orde in het Rekreatiepark de Bronsbergen te Zutphen gehandhaafd blijft;
b. het straat- en huisvuil wordt verwijderd of opgehaald;
c. een niet bewoonde recreatiebungalow aan de buitenzijde in goede staat verkeert.
2. De exploitant zal onder meer de volgende werkzaamheden (doen) verrichten:
a. het verhelpen van kleine storingen in de wooneenheden van maximaal circa vijftien minuten per verrichting;
b. het treffen van maatregelen die nodig zijn om bevriezing van waterleiding en centrale verwarmingsinstallatie te voorkomen;
c. de gronden die behoren bij de recreatiebungalow te (doen) onderhouden waaronder mede zijn begrepen het maaien van gras, het schoonhouden van oevers en beschoeiingen in nauwe samenwerking met het Waterschap Rijn en IJssel of dienst rechtsopvolger binnen ieders verantwoordelijkheid, en het snoeien van struiken en bomen alsmede het éénmaal per jaar schoonhouden van de dakgoot;
d. het ter beschikking stellen van meer recreatiemiddelen zoals tennisbanen et cetera;
e. het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de kabelexploitant voor een ongestoord functioneren van een net voor de ontvangst van radio- en televisieprogramma’s via de kabel alsmede het onderhouden van de noodzakelijke contacten met de openbare nutsbedrijven en overheidsinstanties;
f. het inrichten en (doen) bemannen van de centrale receptie tijdens kantooruren;
g. het zorgdragen voor een permanente bereikbaarheid voor dringende gevallen.
3. De exploitant draagt zorg voor een parkreglement dat de goedkeuring behoeft van de vereniging.
(…)
WIJZIGING EXPLOITANT
Artikel 9
1. De exploitant is bevoegd haar rechtsverhouding tot de eigenaar over te dragen aan een derde, mits dit geschiedt bij een tussen de exploitant en de derde opgemaakte akte. De eigenaar verleent hiervoor reeds nu voor alsdan zijn medewerking.
2. De exploitant is bevoegd de rechten die voor haar uit deze overeenkomst voortvloeien over te dragen aan derden.
3. De eigenaar verleent bij voorbaat zijn toestemming tot overneming door derden van verplichtingen die voor de exploitant uit deze overeenkomst voortvloeien.
4. De exploitant zal de hiervoor in dit artikel bedoelde contractsoverneming, cessie en schuldoverneming steeds schriftelijk meedelen aan de eigenaar.
(…)”
Bij akte van 30 januari 2004 zijn de onroerende zaken van BFB overgedragen aan [exploitatiebedrijf] Exploitatie B.V. (hierna: [exploitatiebedrijf] ), evenals “alle rechten van De Bronsbergen jegens eigenaren van woningen die recht geven op de exploitatie/verhuur van het recreatiepark”. Op diezelfde datum heeft [exploitatiebedrijf] bij akte laatstgenoemde rechten overgedragen aan Nederland Vakantie Beheer B.V. (hierna: NVB). Van deze overdrachten is geen mededeling gedaan aan [geïntimeerde]
NVB heeft na een statutenwijziging in september 2011 schriftelijk medegedeeld aan alle eigenaren op het park dat zij haar naam heeft gewijzigd in Eazzis.
Bij brief van 29 maart 2012 heeft de gemachtigde van Eazzis aan [geïntimeerde] meegedeeld dat sprake is van een achttiental openstaande facturen betreffende de beheerskosten over de periode januari 2009 tot 29 maart 2012 voor een totaalbedrag van
€ 7.124,19.
Bij brief van 1 december 2012 heeft [geïntimeerde] aan Eazzis medegedeeld dat zij per direct alle contracten en beheerovereenkomsten met Eazzis opzegt.
Op 11 december 2013 is Eazzis met de VvE een addendum (hierna: het addendum) op de beheerovereenkomst I overeengekomen, waarin de eigenaren van woningen in het park een aantal kortingen op de ingevolge de beheerovereenkomst I verschuldigde beheervergoeding wordt toegekend.
Eazzis heeft bij memorie van grieven een brief overgelegd met daarin onder meer de volgende tekst:
Zutphen, juni 2004
(…)
Geachte eigenaar,
Langs deze weg willen wij u graag informeren over de opbouw van de kosten van beheerovereenkomst 1.
De totale kosten voor de beheerovereenkomst 1 bedragen € 416,38 excl. BTW (per kwartaal) voor verhurende eigenaren en € 360.88 excl. BTW (per kwartaal) voor niet verhurende eigenaren. Wij zullen trachten de kosten zoveel mogelijk uit te splitsen, dit is echter niet in alle gevallen tot in detail mogelijk, in deze gevallen zullen wij een totaal post aangeven.
Beheerkosten I per kwartaal
Post Bedrag
Gebruiksvergoeding centrale voorzieningen € 18.750,00
Groenonderhoud kavels € 12.130,91
Groenonderhoud algemene voorzieningen € 424,47
Lease verlichting tennisbaan € 480,00
Afvalverwerking € 17.003,55
Beheer (controle park, onderhoudsinspecties, verhelpen kleine
storingen door technische dienst, onderhouden contacten leveranciers
en alle overige zaken genoemd in beheerovereenkomst 1) € 10.500,00
Beheer (24-uur bereikbaarheid, directievoering, administratie en alle
overige receptie taken gedurende 7 dagen per week) € 14.500,00
Afschrijving investeringen € 4.500,00
Afschrijving sport en spel voorzieningen € 2.500,00
Reservering groot onderhoud gebouwen en sport en spelvoorzieningen € 100,00
Kleinonderhoud gebouwen en sport en spelvoorzieningen € 75,00
Totaal kosten alle eigenaren € 80.963,93
Toeslag kosten verhurende eigenaren
Inboedel verzekeringen en lease TV € 6.271,50
Totale kosten verhurende en niet verhurende eigenaren € 87.235,43
[geïntimeerde] betaalt een vergoeding van ongeveer € 700,- per kalenderjaar aan Stichting Infrabeheer Rekreatiepark de Bronsbergen (hierna: Stichting Infrabeheer) voor het beheer en het onderhoud van de infrastructuur in het park. Ingevolge de tussen [geïntimeerde] en Stichting Infrabeheer overeengekomen beheerovereenkomst (hierna: beheerovereenkomst II) omvat dit onder meer de terreininrichting en -inventaris, de beplantingen, de parkeerplaatsen, het hekwerk, de voorzieningen met betrekking tot de toegangscontroleapparatuur waaronder begrepen de slagbomen en het aanbieden van kabeltelevisie.
[geïntimeerde] heeft in de periode van 1 januari 2009 tot heden geen beheervergoeding of andere bedragen ter vergoeding van het door Eazzis verrichte beheer betaald aan Eazzis.
[geïntimeerde] is thans geen lid meer van de VvE.
3 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
Eazzis heeft in eerste aanleg (na vermeerdering van eis) gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 12.496,52, te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten, de rente en de proceskosten. Eazzis heeft deze vordering primair gebaseerd op de beheerovereenkomst I die [geïntimeerde 2] op 18 april 2000 met BFB heeft gesloten, waarvan Eazzis in januari 2004 de rechten heeft verkregen.
De kantonrechter heeft in het vonnis van 13 november 2013 geoordeeld dat er tot 17 juli 2013 geen mededeling als bedoeld in artikel 6:156 lid 1 BW is gedaan aan [geïntimeerde] van de overname van de beheerovereenkomst I door Eazzis, zodat pas vanaf die datum sprake is van een overeenkomst tussen partijen. De kantonrechter heeft vervolgens overwogen dat uit de stukken blijkt dat Eazzis zich bij het ontbreken van de overeenkomst (weliswaar door opzegging) heeft willen beroepen op ongerechtvaardigde verrijking en dat daarom moet worden beoordeeld of deze grondslag de vordering kan dragen. Eazzis heeft tegen dit vonnis tussentijds hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij arrest van 10 februari 2015 het tussenvonnis bekrachtigd en de zaak ter verdere beoordeling en afdoening terug verwezen naar de kantonrechter.
Na akte- en conclusiewisseling heeft de kantonrechter vervolgens bij vonnis van 18 november 2015 geoordeeld dat Eazzis haar vordering op de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking onvoldoende heeft onderbouwd, zodat de vordering alsnog behoort te worden afgewezen. De kantonrechter heeft het verzet van [geïntimeerde] tegen het verstekvonnis van 29 januari 2013 dan ook gegrond verklaard, dit vonnis vernietigd en Eazzis veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
4 De beoordeling van de grieven en de vordering
Gelet op het vonnis van de kantonrechter van 13 november 2013 en het arrest van dit hof van 10 februari 2015 staat vast dat de contractoverneming door Eazzis eerst op 17 juli 2013 zijn beslag heeft gekregen. Voorts staat vast dat [geïntimeerde] bij de onder 2.7 aangehaalde brief van 1 december 2012 aan Eazzis heeft medegedeeld dat zij per direct alle contracten en beheerovereenkomsten met Eazzis opzegt. De rechtsgeldigheid van deze opzegging staat in deze zaak niet ter discussie. Gelet daarop staat vast dat er geen contractuele relatie tussen Eazzis en [geïntimeerde] heeft bestaan en bestaat. Tegen deze achtergrond vordert Eazzis thans alleen nog op grond van ongerechtvaardigde verrijking dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling voor de door Eazzis verrichte beheerdiensten.
In hoger beroep heeft Eazzis haar eis vermeerderd tot een bedrag van € 13.699,01, welk bedrag bestaat uit de vergoedingen op grond van de beheerovereenkomst I over de periode van januari 2009 tot en met juni 2016, alsmede voorschotten en heffingen ter zake van de aan Locosensus te betalen verontreinigingsheffing vanaf 2007. Voorts heeft Eazzis gevorderd dat [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot betaling van de toekomstige vorderingen van Eazzis op [geïntimeerde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze eisvermeerdering. Het hof ziet ook geen reden om de eisvermeerdering ambtshalve buiten beschouwing te laten en zal derhalve recht doen op de vermeerderde eis.
Eazzis komt met 4 grieven op tegen het vonnis van de kantonrechter. Deze grieven kunnen echter niet slagen. Daartoe is het volgende redengevend.
Hetgeen Eazzis in grief 1 en 2 aanvoert over het feit dat zij niet in staat is gesteld om te reageren op de antwoordconclusie na incidenteel appel van de zijde van [geïntimeerde] , behoeft in hoger beroep geen bespreking. Deze klacht kan op zichzelf namelijk niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hoger beroep strekt immers - binnen de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep - tot een nieuwe behandeling en beslissing van de zaak, waarbij het hof acht zal slaan op al hetgeen Eazzis naar voren heeft gebracht.
In grief 3 en 4 komt Eazzis op tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij haar stellingen omtrent haar vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking onvoldoende heeft onderbouwd.
Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 6:212 BW is hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking.
Het hof stelt in dat kader het volgende voorop. Als iemand een woning koopt in een bungalowpark, dan is daar vrijwel altijd een bestaande basisinfrastructuur aanwezig zonder welke een min of meer normale bewoning niet mogelijk is. De eigenaar van een woning in een bungalowpark maakt gebruik van die basisinfrastructuur en heeft baat bij de enkele aanwezigheid daarvan, of hij daar nu feitelijk gebruik van maakt of niet. Het ligt dus in de rede dat een eigenaar van een woning in een bungalowpark ongerechtvaardigd wordt verrijkt indien hij geen vergoeding betaalt voor de basisinfrastructuur. De beheerder moet immers kosten maken voor het beheer en onderhoud van de basisinfrastructuur en de individuele eigenaren hebben voordeel van de aanwezigheid van die basisinfrastructuur.
In dit geval staat echter vast dat het beheer van de basisinfrastructuur wordt verricht door Stichting Infrabeheer en dat [geïntimeerde] op grond van de beheerovereenkomst II gehouden is haar daarvoor een vergoeding te betalen. Voor een vergoeding aan Eazzis op grond van ongerechtvaardigde verrijking ter zake van het gebruik van [geïntimeerde] van de basisinfrastructuur is dus geen plaats.
Het hof acht het voorstelbaar dat ook andere voorzieningen en diensten, bijvoorbeeld afvalverwerking, de receptie en de beveiliging, grond kunnen vormen voor een vergoedingsverplichting op grond van ongerechtvaardigde verrijking, met name als kan worden gezegd dat alle bewoners daarvan profiteren. Ten aanzien van de in een bungalowpark als het onderhavige aanwezige recreatievoorzieningen, zoals een zwembad of sport- en spelvoorzieningen, ligt dat niet zonder meer voor de hand. Dergelijke voorzieningen zijn gezien hun aard eerder bedoeld voor bezoekers die tijdelijk verblijven in een bungalowpark, zodat zonder verdere toelichting - die hier ontbreekt - niet geoordeeld kan worden dat de aanwezigheid van deze voorzieningen aanleiding geeft voor een vergoedingsverplichting op basis van ongerechtvaardigde verrijking voor vaste bewoners van het park; dit zeker als vaststaat dat zij zelf geen gebruik maken van deze voorzieningen. Naar het hof begrijpt, is Eazzis ook om die reden met de VvE in het addendum overeengekomen dat de eigenaren van woningen in het park niet langer een vaste vergoeding verschuldigd zijn voor onder meer het in het park aanwezige zwembad; zij kunnen daarvan nog steeds gebruik maken, maar moeten daarvoor dan afzonderlijk betalen.
Zoals uit het voorgaande volgt, acht het hof het wel denkbaar dat de aanwezigheid van andere voorzieningen en diensten aanleiding geeft om te oordelen dat er sprake is van een verrijking aan de zijde van [geïntimeerde] Voor een vergoeding op basis van ongerechtvaardigde verrijking is echter niet alleen vereist dat er sprake is van een verrijking aan de zijde van [geïntimeerde] , maar ook van een - aantoonbare - verarming aan de zijde van Eazzis.
Eazzis stelt in dat kader het volgende. Eazzis is verarmd voor een bedrag gelijk aan de op grond van de beheerovereenkomst I verschuldigde beheervergoedingen. Uit de in de beheerovereenkomst I opgenomen lijst van verplichtingen van Eazzis valt immers af te leiden welke diensten zij verricht en uit de openstaande beheervergoedingen en de onder 2.9 weergegeven brief van juni 2004 is af te leiden welke kosten daarmee gepaard gaan. Ook het met de VvE overeengekomen addendum (als weergegeven onder 2.8) geeft inzicht in de kosten die Eazzis moet maken. Bovendien wordt de jaarlijks te betalen beheervergoeding door de VvE bepaald en kunnen de eigenaren van woningen in het park via een website van de VvE informatie krijgen over de opbouw van de kosten voor het beheer. Daarnaast maakt [geïntimeerde] bewijsbaar gebruik van een drietal voorzieningen, te weten 1) de post/pakketdienst en de diensten van de receptie, 2) de administratieve diensten, en 3) de parkeer- en veiligheidsvoorzieningen alsmede de slagboom- en camerabewaking.
[geïntimeerde] betwist dat de door Eazzis overgelegde stukken een weergave zijn van de daadwerkelijk door Eazzis gemaakte kosten in het kader van het beheer van het park. De onder 2.9 weergegeven brief heeft hij niet ontvangen en van de VvE is hij geen lid meer. Hij betwist voorts dat de VvE de beheervergoeding bepaalt en dat hij gebruik maakt van de specifiek door Eazzis genoemde diensten. Hij voert daarnaast aan dat de door Eazzis aangeboden voorzieningen niet naar behoren functioneren.
Het hof is van oordeel dat Eazzis haar stellingen over de verarming aan haar zijde ook in hoger beroep onvoldoende heeft onderbouwd. De verwijzing naar het overzicht in de beheerovereenkomst I kan haar in dit opzicht niet baten, nu - bij gebreke van een contractuele relatie - de beheerovereenkomst I en de daaruit voortvloeiende beheervergoedingen niet een-op-een kunnen worden gebruikt als onderbouwing voor de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Eazzis dient immers met stukken te onderbouwen dat zij de in de beheerovereenkomst I genoemde diensten daadwerkelijk heeft verricht en dat zij daarvoor kosten heeft gemaakt en voor welk bedrag. Dat had zij bijvoorbeeld kunnen doen door overlegging van haar jaarlijkse kostenstaten met betrekking tot de periode van 2009 tot en met heden of door overlegging van facturen van door haar voor de beheerdiensten ingeschakelde bedrijven of personen. De door haar overgelegde brief van juni 2004 (zoals weergegeven onder 2.9) is in dat kader niet voldoende. De in deze brief genoemde kosten zien immers op 2004, dus ver voor 2009, zodat dit overzicht geen inzage verschaft in de kosten die Eazzis heeft gemaakt over de periode waarop deze procedure betrekking heeft.
Het addendum kan haar in dit opzicht evenmin baten. Uit dit stuk valt slechts af te leiden dat de eigenaren van het park een aantal kortingen wordt toegekend op de (op grond van beheerovereenkomst I verschuldigde) beheervergoeding. Voor zover deze kortingen al iets zouden zeggen over de door Eazzis gemaakte kosten, geldt dat deze niet zijn gemaakt ten behoeve van [geïntimeerde] , die eigenaar is van een woning in het park en ingevolge het addendum deze bedragen juist niet hoeft te betalen.
De stelling dat de VvE de jaarlijks te betalen beheervergoeding bepaalt, vormt eveneens onvoldoende onderbouwing voor de omvang van de verarming van Eazzis. Het hof merkt daarbij op dat de VvE - anders dan in het door Eazzis aangehaalde arrest van het hof Arnhem van 19 oktober 2010 (ECLI:NL:GHARN:2010:BQ2281) - in dit geval geen zelfstandige organisatie is die voorziet in het beheer en onderhoud van het park. Deze rol is juist toebedeeld aan Eazzis. Daarbij heeft Eazzis een winstoogmerk, anders dan de VvE in het aangehaalde arrest, die volgens de statuten na vaststelling van de begroting de individuele bijdrage bepaalt en na afloop van elk boekjaar een jaarverslag opmaakt waarin verantwoording wordt afgelegd over het beheer van fondsen, waarbij een eventueel overschot of tekort in het exploitatiefonds wordt overgeboekt naar het volgende boekjaar zodat daarmee rekening wordt gehouden bij de vaststelling van de volgende begroting. Onder deze omstandigheden ziet het hof onvoldoende grond om de verarming van Eazzis gelijk te stellen met - en daarmee de op grond van artikel 6:212 BW te vergoeden schade te begroten op - het bedrag dat Eazzis op grond van beheerovereenkomst I in rekening brengt.
De stelling van Eazzis dat [geïntimeerde] via de VvE inzage kan verkrijgen in de door Eazzis gemaakte kosten, kan haar in dit verband ook niet baten. Het is aan Eazzis om te onderbouwen voor welk bedrag zij is verarmd als gevolg van de gestelde verrijking van [geïntimeerde] , zodat het hof zich daarover in deze procedure een oordeel kan vormen. Indien de op de website beschikbare informatie daadwerkelijk inzage geeft in de door Eazzis gemaakte kosten in het kader van het beheer en onderhoud van het park, had het op haar weg gelegen deze informatie in het geding te brengen.
Dat [geïntimeerde] volgens Eazzis aantoonbaar gebruik maakt van de drie onder 4.11 genoemde diensten brengt haar ook niet verder. Weliswaar heeft Eazzis ten aanzien van de post- en receptiediensten en de parkeer- en veiligheidsvoorzieningen stukken overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [geïntimeerde] van deze voorzieningen gebruik maakt, maar zij heeft in het geheel geen stukken overgelegd waaruit blijkt welke kosten zij daarvoor concreet heeft gemaakt in de periode van 2009 tot en met heden. Daarmee heeft zij haar stellingen omtrent haar verarming als gevolg van het verrichten van deze diensten en het in stand houden van deze voorzieningen onvoldoende onderbouwd.
Voorts heeft Eazzis met betrekking tot de door haar gestelde administratieve diensten meerdere facturen en aanslagen van Locosensus overgelegd ter zake van de aan Locosensus te betalen verontreinigingsheffing. Eazzis heeft echter niet toegelicht waarop deze aanslagen concreet betrekking hebben en hoe deze zich verhouden tot de aanslagen die [geïntimeerde] zelf ontvangt. Dit had wel op haar weg gelegen, zeker nu [geïntimeerde] tijdens de comparitie na aanbrengen al verklaarde dat hij jaarlijks zelf ook een bedrag aan Locosensus betaalt voor waterschapsbelasting en zuiveringsheffing. [geïntimeerde] heeft bij memorie van antwoord ook nog aangevoerd van een medewerker van GBLT te hebben begrepen dat de door Eazzis bedoelde verontreinigingsheffing ziet op onder meer het zwembad en de tennisbaan in het park en dat hij zelf aanslagen ontvangt ter zake van de door hem te betalen zuiveringsheffing. Dit verweer heeft hij onderbouwd door overlegging van een aanslagbiljet over 2016. Gelet op deze gemotiveerde betwisting had Eazzis haar stellingen met betrekking tot de verontreinigingsheffing eens te meer nader dienen te onderbouwen. Echter, hoewel zij na de memorie van grieven nog wel een akte heeft genomen, is zij daarin niet ingegaan op dit punt. Het hof is derhalve van oordeel dat zij haar stellingen ook op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd.
Hetgeen verder door Eazzis bij akte is aangevoerd, behoeft geen bespreking aangezien het niet kan leiden tot een ander resultaat.
Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat Eazzis haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Het hof komt daarom niet toe aan het aanbod van Eazzis om haar stellingen te bewijzen door middel van het horen van getuigen of anderszins. Het hof gaat ook voorbij aan het aanbod van Eazzis om nog verdere stukken over te leggen ter onderbouwing van haar stellingen. Als Eazzis zich op deze stukken had willen beroepen, dan had het op haar weg gelegen om deze stukken eerder in het geding te brengen.
6 De slotsom
De grieven falen. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Eazzis in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Deze kosten worden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op:
- griffierecht € 311,00
- salaris advocaat € 2.235,00 (2,5 punt x appeltarief II) à € 894,00)
totaal: € 2.546,00.
7 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen) van 18 november 2015,
veroordeelt Eazzis in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 311,00 voor verschotten en op € 2.235,00 voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;
veroordeelt Eazzis in de nakosten, begroot op € 131,00, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 68,00, in geval Eazzis niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, A.S. Gratama en J.C. Tijink en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2017.