Civiel recht overig
Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 oktober 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:9010 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2017-9010
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2017
- Datum publicatie
- 18 oktober 2017
- Zaaknummer
- 200.186.073/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.C.C Wester, mr. D.L.A van Voskuilen, ½ punt in tarief II)
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:9010
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht om van grieven te dienen, vervallen. Het beroep is verworpen en appellant is in de proceskosten verwezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.186.073/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/151489 / HA ZA 14-283)
arrest van 17 oktober 2017 in de zaak van:
No Limit Ships B.V.,
gevestigd te Groningen,
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna: No Limit Ships,
advocaat: mr. F.C.C. Wester, kantoorhoudend te Alkmaar,
tegen
Poseidon Propulsion B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna: Poseidon Propulsion,
advocaat: mr. D.L.A. van Voskuilen, kantoorhoudend te Rotterdam.
1 Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 26 augustus 2015 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen (hierna: de rechtbank).
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de appeldagvaarding van 26 november 2015 waarbij door No Limit Ships hoger beroep is ingesteld van voormeld vonnis van 26 augustus 2015 met dagvaarding van Poseidon Propulsion tegen de zitting van 23 februari 2016.
Op de eerst dienende dag is Poseidon Propulsion verschenen. De zaak is verwezen naar de rol van 10 mei 2016 voor het nemen van de memorie van grieven door No Limit Ships. Op 10 mei 2016 en op 7 juni 2016 is aan No Limit Ships uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven, op 7 juni 2016 tot 5 juli 2016. Op laatstgenoemde datum is aan No Limit Ships uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven tot 11 juli 2017, ambtshalve peremptoir.
Ter rolle van 11 juli 2017 heeft No Limit Ships niet van grieven gediend. In verband met de overgangsbepalingen van het nieuwe rolreglement is de zaak nog éénmaal voor vier weken aangehouden voor het nemen van de memorie van grieven door No Limit Ships, ambtshalve peremptoir.
Ter rolle van 8 augustus 2017 heeft No Limit Ships niet van grieven gediend en is ambtshalve akte niet-dienen verleend aan Poseidon Propulsion.
Poseidon Propulsion heeft op de rol van 22 augustus 2017 laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid ex art. 2.14 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) om te verzoeken een memorie van eis in incidenteel appel te mogen nemen.
Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier.
3 De beoordeling
In art. 133 lid 4 Rv is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten.
Met ingang van 1 september 2016 zijn diverse bepalingen van het Lpr ingrijpend gewijzigd. In art. 1.7 Lpr is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden nageleefd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit. Indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en van die termijn geen uitstel kan worden verkregen, vervalt het recht om de proceshandeling te verrichten.
Op 11 juli 2017 waren de uitsteltermijnen voor het nemen van de memorie van grieven verstreken. Nadat de extra termijn van vier weken in verband met de overgangsbepalingen van het nieuwe rolreglement eveneens ongebruikt is verstreken, is akte niet-dienen verleend aan Poseidon Propulsion, conform het bepaalde in art. 2.13 Lpr in samenhang met art. 1.7 Lpr. Daarmee is het recht voor No Limit Ships om een memorie van grieven te nemen, vervallen.
Nu No Limit Ships geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat dit vonnis niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van No Limit Ships worden verworpen.
No Limit Ships moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal No Limit Ships dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verwerpt het hoger beroep van No Limit Ships;
veroordeelt No Limit Ships in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die kosten aan de zijde van Poseidon Propulsion tot aan deze uitspraak op € 1.957,- aan verschotten en op € 447,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. H. de Hek en mr. M.W. Zandbergen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 oktober 2017.