Civiel recht overig
Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 oktober 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:9481 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 31 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2017-9481
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2017
- Datum publicatie
- 1 november 2017
- Zaaknummer
- 200.219.501/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.M. Meis
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:9481
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht om van grieven te dienen, vervallen. Het beroep is verworpen en appellant is in de proceskosten verwezen (nihil).
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.219.501/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5202655 \ CV EXPL 16-5569)
arrest van 31 oktober 2017 in de zaak van:
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. F.M. Meis, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.,
gevestigd te Utrecht,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Zilveren Kruis,
niet verschenen.
1 Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis van 10 januari 2017 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de appeldagvaarding van 5 april 2017 waarbij door [appellant] hoger beroep is ingesteld van voormeld vonnis van 10 januari 2017 met dagvaarding van Zilveren Kruis tegen de zitting van 18 juli 2017.
Op de eerst dienende dag is Zilveren Kruis niet verschenen, waarna tegen haar verstek is verleend. De zaak is verwezen naar de rol van 29 augustus 2017 voor het nemen van de memorie van grieven door [appellant] . Op 29 augustus 2017 is aan [appellant] uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven tot 26 september 2017.
Ter rolle van 26 september 2017 heeft [appellant] niet van grieven gediend en is ambtshalve akte niet-dienen verleend.
Arrest is bepaald op heden, te wijzen op het griffiedossier.
3 De beoordeling
In art. 133 lid 4 Rv is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de desbetreffende proceshandeling te verrichten.
Met ingang van 1 september 2016 zijn diverse bepalingen van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (Lpr) ingrijpend gewijzigd. In art. 1.7 Lpr is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden nageleefd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.
Nadat de gewone uitsteltermijnen voor het nemen van de memorie van grieven ongebruikt zijn verstreken, is op de rol van 26 september 2017 akte niet-dienen verleend, conform het bepaalde in art. 1.7 Lpr. Daarmee is het recht voor [appellant] om een memorie van grieven te nemen, vervallen. Vervolgens is de zaak ambtshalve naar de rol verwezen voor arrest overeenkomstig art. 2.14 Lpr.
Nu [appellant] geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep, en in aanmerking nemend dat dit vonnis niet in strijd is met rechtsregels die van openbare orde zijn, zal het hoger beroep van [appellant] worden verworpen.
[appellant] moet in hoger beroep worden beschouwd als de in het ongelijk te stellen partij. Het hof zal [appellant] dan ook veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep (nihil).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verwerpt het hoger beroep van [appellant] ;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van Zilveren Kruis tot aan dit arrest vast op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. B.J.H. Hofstee en mr. M.W. Zandbergen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 31 oktober 2017.