Civiel recht overig
Ontbinding wegens tekortkoming: geen bedrijfsmatige landbouw. 7:376 jo 312 BW Pachter heeft onvoldoende…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 februari 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:1216 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2018-1216
Zaakgegevens
Op 6 februari 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 6 februari 2018
- Datum publicatie
- 7 februari 2018
- Zaaknummer
- 200.200.647
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- onttrokken, mr. M. Schuring
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:1216
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontbinding wegens tekortkoming: geen bedrijfsmatige landbouw. 7:376 jo 312 BW
Pachter heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat geen sprake (meer) is van bedrijfsmatige landbouw, mede gelet op het zeer beperkte areaal, de niet beantwoorde vragen omtrent investeringen en resultaten uit de pootaardappelteelt en ontbrekende (andersluidende) gegevens.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.200.647
(zaaknummer rechtbank Noord Nederland 4804839)
arrest van de pachtkamer van 6 februari 2018
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellant] ,
advocaat: onttrokken,
tegen:
het kerkgenootschap
Protestantse Gemeente te Nes-Wierum,
gevestigd te Nes, gemeente Dongeradeel,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: de protestantse gemeente,
advocaat: mr. M. Schuring.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 11 juli 2017 hier over. Bij dat arrest is een comparitie van partijen bepaald. De datum daarvan is na opgave van verhinderdata vastgesteld op 10 januari 2018. De comparitie heeft niet plaatsgevonden.
Het verdere verloop blijkt uit:
- de aantekening op roldatum 22 december 2017 dat de procesvertegenwoordiger van [appellant] zich heeft onttrokken;
- de termijn van twee weken waarbinnen zich voor [appellant] een nieuwe procesvertegenwoordiger kon stellen;
- de aantekening op roldatum 16 januari 2018 dat geen nieuwe procesvertegenwoordiger zich heeft gesteld.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
2 De verdere beoordeling van het hoger beroep
De protestantse gemeente heeft haar ontbindingsvordering gegrond op de stellingen dat [appellant] het gepachte niet (meer) aanwendt voor bedrijfsmatige landbouw en dat hij het gepachte zonder toestemming heeft onderverpacht aan [A] .
Het hof heeft in het tussenarrest overwogen dat gelet op de door [appellant] overgelegde gegevens het vermoeden gerechtvaardigd was dat geen sprake (meer) is van bedrijfsmatige landbouw. Het hof heeft [appellant] opgedragen om de opgave gewaspercelen van 2016 en 2017 en de jaarrekeningen van de laatste twee jaren (2015-2016) over te leggen. Met de recentere gegevens en een bespreking van de gerezen vraagpunten met partijen ter comparitie heeft het hof aanknopingspunten willen vinden voor de beantwoording van de vraag of het gerechtvaardigde vermoeden dat geen sprake (meer) was van bedrijfsmatige landbouw aanpassing behoefde. [appellant] heeft de gegevens niet overgelegd en wegens onttrekking van zijn advocaat heeft de comparitie geen doorgang gevonden.
Het hof oordeelt thans dat [appellant] onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken dat geen sprake (meer) is van bedrijfsmatige landbouw, mede gelet op het zeer beperkte areaal, de niet beantwoorde vragen omtrent investeringen en resultaten uit de pootaardappelteelt en ontbrekende (andersluidende) gegevens. Daarom neemt het hof als vaststaand aan dat [appellant] op dit onderdeel tekortschiet. Deze tekortkoming kan de ontbinding dragen, zodat de ontbinding terecht is uitgesproken.
De overige stellingen en verweren behoeven geen bespreking meer omdat deze, indien besproken, niet tot een andere conclusie zullen leiden.
Slotsom
Het hoger beroep faalt zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.
De restitutievordering van [appellant] is gelet op deze uitkomst niet toewijsbaar.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten aan de zijde van de protestantse gemeente zullen worden vastgesteld op € 718 aan griffierecht en op € 894 aan salaris advocaat
(1 punt x tarief II).
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer te Leeuwarden (rechtbank Noord-Nederland) van 23 augustus 2016;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de protestantse gemeente vastgesteld op € 718 voor griffierecht en op € 894 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, F.J.P. Lock en H.L. Wattel en de deskundige leden ir. W.G. Nijlant en ir. J.H. Jurrius, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2018.