Civiel recht overig
In vervolg op het tussenarrest van 24 juli 2018 verklaart het hof de appellerende partij niet-ontvankelijk en…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:9090 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2018-9090
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Datum publicatie
- 16 oktober 2018
- Zaaknummer
- 200.228.324/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.F Koenders, mr. P.P.J.M Bruens, 1 punt in tarief II)
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:9090
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In vervolg op het tussenarrest van 24 juli 2018 verklaart het hof de appellerende partij niet-ontvankelijk en veroordeelt die partij in de proceskosten.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 16 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2018:9090
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1211Hoge Raad · 27 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:538(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.228.324/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/173262)
arrest van 16 oktober 2018
in de zaak van
[appellant] , h.o.d.n. Bouwbedrijf [appellant],
wonende te [A] ,
appellant,
tevens verweerder in het incident,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J.F. Koenders, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
VM Vastgoed B.V.,
gevestigd te Groningen,
geïntimeerde,
tevens eiseres in het incident,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie,
hierna: VM Vastgoed,
advocaat: mr. P.P.J.M. Bruens, kantoorhoudend te Groningen.
Het arrest van 24 juli 2018 wordt hier overgenomen.
1 Het verdere procesverloop in hoger beroep
In het tussenarrest van 24 juli 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor uitlating incidenteel appel. VM Vastgoed heeft op de rol van 21 augustus 2018 laten weten af te zien van het instellen van incidenteel appel en verzoekt het hof eindarrest te wijzen.
VM Vastgoed heeft aanvullend gefourneerd. Arrest is bepaald op heden.
2 De verdere beoordeling
Conform de overwegingen in genoemd tussenarrest zal het hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep. Gegeven deze uitkomst in de hoofdzaak, heeft VM Vastgoed geen belang meer bij een afzonderlijke beslissing in het incident, zodat die vordering zal worden afgewezen.
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van VM Vastgoed (salaris advocaat: 1 punt in tarief II).
De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
in het incident
wijst de vordering af;
in de hoofdzaak
verklaart het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van VM Vastgoed tot aan dit arrest vast op € 726,- aan verschotten en op € 1.074,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 oktober 2018.