Civiel recht overig
Verwijzing zaak i.v.m. betrokkenheid hof. art. 62 b RO.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9690 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-9690
Zaakgegevens
Op 24 november 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 24 november 2020
- Datum publicatie
- 23 november 2020
- Zaaknummer
- 200.277.387
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.H.M Harbers, mr. L.E. de Geer
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:9690
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verwijzing zaak i.v.m. betrokkenheid hof.
art. 62 b RO.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof: 200.277.387
(zaaknummer rechtbank Gelderland: 365782)
arrest van 24 november 2020
in de zaak van
de stichting
STICHTING HET LIJNDENSCHE FONDS VOOR KERK
EN ZENDING,
gevestigd te Hemmen, gemeente Overbetuwe,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: de stichting,
advocaat: mr. E.H.M. Harbers,
tegen:
1 [geïntimeerde1] ,
2. [geïntimeerde2],
beiden wonende te [A] ,
geïntimeerden in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eisers,
hierna: [geïntimeerden] c.s.,
advocaat: mr. L.E. de Geer.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van
1 april 2020 dat de rechtbank Gelderland heeft gewezen.
2
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep van 17 april 2020,
- de memorie van grieven (met productie),
- de H16-formulieren van partijen,
- de memorie van antwoord tevens van incidenteel hoger beroep (met producties),
- de verwijzing van de zaak naar de rol voor beslissing van het hof over het verzoek van [geïntimeerden] c.s. om de zaak te verwijzen naar een ander hof.
3. De beoordeling
In de procedure tussen partijen gaat het onder andere om de vraag of partijen zijn gebonden aan een bindend advies. Het bindend advies is mede gegeven door [X] .
[X] is deskundig lid van de pachtkamer van dit hof.
Nu het hof op deze wijze betrokkenheid bij de zaak heeft, zal het hof op grond van
artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam, welk hof voor dit doel is aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014 nr. 11037.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, H. Wammes en C.J.H.G. Bronzwaer, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. C.J.H.G. Bronzwaer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 november 2020.