Civiel recht overig

Procesrecht. Ontvankelijkheid in hoger beroep?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
11 oktober 2022
Datum publicatie
12 oktober 2022
Zaaknummer
200.298.400/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:8756
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Procesrecht. Ontvankelijkheid in hoger beroep?

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.298.400/01

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, 8671108

arrest van 11 oktober 2022

in de zaak van

[appellant] ,

die woont in [woonplaats1]

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie

hierna [appellant] te noemen

vertegenwoordigd door mr. L. Barou

tegen

de vereniging Vereniging van eigenaars Complex Landstraat Nood-Brinklaan te Bussum,

die is gevestigd in Hilversum

en bij de kantonrechter optrad als eiseres in conventie en verweerder in reconventie

hierna de VVE te noemen

vertegenwoordigd door mr. A.J.M. van Kooten.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op 21 april 2021 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep van 20 juli 2021

  • het tussenarrest van 28 september 2021 waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is bepaald

  • het proces-verbaal van die op 16 november 2021 gehouden mondelinge behandeling

  • de memorie van grieven van 8 maart 2022

  • de memorie van antwoord van 17 mei 2022.

2 Een voorvraag: heeft [appellant] tijdig hoger beroep ingesteld?

2.1

In haar memorie van antwoord wijst de VVE erop dat zij pas op 2 augustus 2021, via een herstelexploot, kennis heeft gekregen van het door [appellant] ingestelde hoger beroep, omdat het exploot van 20 juli 2021 is gericht aan een onjuist adres en haar niet heeft bereikt binnen de beroepstermijn, en overigens ook nog niet ten tijde van het opstellen van de memorie van antwoord.

2.2

Volgens de VVE heeft [appellant] aldus niet tijdig, te weten uiterlijk drie maanden na 21 april 2021, hoger beroep ingesteld.

2.3

Het hof constateert dat in het procesdossier, dat door de VVE is overgelegd voor het geven van een uitspraak door het hof, als procesinleiding in hoger beroep alleen het herstelexploot zit van 2 augustus 2021.

2.4

Het hof zal [appellant] in de gelegenheid stellen om op 25 oktober 2022 bij akte de op 20 juli 2021 uitgebrachte dagvaarding, die wel bij de griffie van het hof is ingediend, in geding te brengen en in die akte te reageren op het beroep van de VVE over de overschrijding van de beroepstermijn.

De VVE mag zich daarover vervolgens eveneens bij akte uitlaten bij akte van twee weken later.

2.5

In afwachting hiervan wordt de beoordeling van het inhoudelijke geschil aangehouden.

3 De beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 25 oktober 2022 voor akte van [appellant] zoals bedoeld in overweging 2.4, waarna de VVE daarop bij akte op de rol van 8 november 2022 mag reageren;

iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.E.L. Fikkers, J.H. Kuiper en J. Smit, en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

11 oktober 2022.