Civiel recht overig
Aanspraak op betaling koopsom onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 november 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:10131 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-10131
Zaakgegevens
Op 28 november 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 28 november 2023
- Datum publicatie
- 28 november 2023
- Zaaknummer
- 200.305.487/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B Sujecki, mr. S.K Tuithof
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:10131
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanspraak op betaling koopsom onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.305.487/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 518503)
arrest van 28 november 2023
in de zaak van
[appellante] ,
gevestigd te Gensingen, Duitsland,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. B. Sujecki, die kantoor houdt te Amsterdam,
tegen
Hekratos B.V.,
gevestigd te Dronten,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
bij de rechtbank: eiseres,
hierna: Hekratos,
advocaat: mr. S.K. Tuithof, die kantoor houdt te Haarlem.
1 Het verdere verloop van de procedure bij het hof
Naar aanleiding van het arrest van 6 juni 2023 hebben beide partijen een memorie respectievelijk een akte genomen – in het geval van de memorie van [appellante] : onder overlegging van producties. Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.
2 De verdere beoordeling van de zaak
De hoofdsom
De rechtbank heeft [appellante] veroordeeld tot betaling aan Hekratos van een koopsom van € 247.245, vermeerderd met handelsrente en kosten. De bedoeling van het hoger beroep van [appellante] is dat die vordering alsnog wordt afgewezen.
In het vorige tussenarrest heeft het hof de bezwaren van [appellante] in zoverre verworpen, dat hij geacht moet worden partij te zijn bij de koopovereenkomst met Hekratos. Vast staat dat Hekratos zijn leveringsplicht uit die overeenkomst is nagekomen en dat [appellante] de overeengekomen koopsom niet heeft voldaan.
Het hof heeft ook geconstateerd dat de door Hekratos bij Loadung Master ingekochte partij mondkapjes aan die leverancier zijn betaald, en dat deze betaling niet voor rekening van Hekratos is gekomen. Hekratos is wel haar marge van € 11.500 op de transactie met [appellante] misgelopen.
De leverancier van Hekratos is voldaan door Samardzija. Hekratos stelde zich daarom op het standpunt dat Samardzija nog een regresvordering op haar heeft. Inmiddels zijn beide partijen het er echter over eens dat niet het geval is. Zoals het hof ook al overwoog, zou het in dat geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn als [appellante] - die van de gehele gang van zaken geen voordeel heeft gehad en dat ook niet heeft beoogd - zou worden veroordeeld tot betaling van het gehele restant van de met hem overeengekomen koopsom. De toe te wijzen vordering van Hekratos zal daarom worden beperkt tot het bedrag van de gederfde marge van € 11.500.
Buitengerechtelijke kosten, rente en proceskosten
Hoewel de vordering van Hekratos in hoger beroep voor het grootste deel wordt afgewezen, zal het hof de veroordeling tot betaling van € 3.051,22 aan incassokosten wel in stand te laten, omdat ten tijde van het bestreden vonnis geen aanleiding bestond om over het gevorderde anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Ook de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling blijft om die reden in stand. Die kosten zijn in die procedure namelijk nodeloos veroorzaakt: pas ter zitting bij het hof is opgemerkt dat Hekratos niet voor een regresvordering hoefde te vrezen (terwijl die vrees gerechtvaardigd was), en pas in de laatste memorie van [appellante] in het hoger beroep is daarover aan Hekratos zekerheid gegeven.
Hoewel de bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank voor een belangrijk deel worden gehonoreerd en het incidenteel hoger beroep van Hekratos niet slaagt, zal het hof gelet op het voorgaande bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten van het hoger beroep moeten dragen. De beslissing omtrent de verschuldigde rente staat verder niet ter discussie. Een en ander leidt tot de volgende beslissing.
3 De beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland in Lelystad van 5 januari 2022, behalve voor zover dat onder 5.2 en 5.7 is gewezen en beslist in zoverre als volgt.
veroordeelt [appellante] tot betaling van € 11.500, vermeerderd met de
wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 8 januari 2021 tot de dag van volledige
betaling.
wijst het meer of anders gevorderde af;
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst in dit hoger beroep af wat verder is gevorderd;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het hoger beroep draagt.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, M.M. Lorist en M. Wolters, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
28 november 2023.