Civiel recht overig
Ontslag van instantie. Art. 127 lid 2 Rv.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 juni 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:4782 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-4782
Zaakgegevens
Op 6 juni 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 juni 2023
- Datum publicatie
- 6 juni 2023
- Zaaknummer
- 200.323.974/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. T.E Heslinga, ½ punt in tarief II) Onder die kosten vallen ook de nakosten en de wettelijke rente daarover
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:4782
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontslag van instantie. Art. 127 lid 2 Rv.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.323.974/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 9582285)
arrest van 6 juni 2023
in de zaak van
[appellante] ,
die woont in [woonplaats1] ,
en die hoger beroep heeft ingesteld,
bij de kantonrechter: eiseres,
hierna: [appellante],
niet verschenen,
tegen
[geïntimeerde] , h.o.d.n. [naam1],
die woont in [woonplaats2] ,
bij de kantonrechter: gedaagde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. T.E. Heslinga, die kantoor houdt in Leeuwarden.
1 De procedure bij de kantonrechter
In eerste aanleg is geprocedeerd zoals weergegeven in de vonnissen van
13 september 2022 en 8 november 2022 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen (hierna: de kantonrechter).
2 De procedure in hoger beroep
Bij exploot van 8 februari 2023 is door [appellante] hoger beroep ingesteld van het eindvonnis van 8 november 2022 met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de rolzitting van 29 augustus 2023. In de appeldagvaarding is mr. W. van Dijk, advocaat in Barneveld, genoemd als de advocaat die voor [appellante] zal optreden.
[geïntimeerde] heeft op 1 maart 2023 een anticipatie-exploot laten betekenen aan het kantooradres van mr. Van Dijk, waarbij de eerst dienende dag is vervroegd naar
14 maart 2023. [geïntimeerde] heeft de zaak vervolgens op die datum bij het hof aangebracht.
Op 14 maart 2023 heeft zich namens [appellante] geen advocaat gesteld.
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2022 is op 14 maart 2023 een brief gestuurd aan mr. Van Dijk. Daarin is gewezen op de mogelijkheid voor [appellante] om alsnog een advocaat te stellen. De zaak is daarvoor op de rolzitting van 28 maart 2023 geplaatst.
Ook op 28 maart 2023 heeft zich voor [appellante] geen advocaat gesteld. Vervolgens is de zaak opnieuw aangehouden, nu tot 11 april 2023, om [appellante] nogmaals de gelegenheid te geven om in hoger beroep een advocaat te stellen.
Op de rol van 11 april 2023 heeft zich wederom geen advocaat gesteld. [geïntimeerde] heeft het hof verzocht verval van instantie te verlenen (het hof begrijpt: hem van de instantie te ontslaan) en [appellante] te veroordelen tot betaling van de kosten van het hoger beroep.
Voor het te wijzen arrest heeft [geïntimeerde] te stukken aan het hof gegeven.
3 De beoordeling
Het hof stelt vast dat [appellante] geen gebruik heeft gemaakt van de haar geboden gelegenheid tot (herstel van het verzuim van) advocaatstelling. Op grond van de artikel 127 lid 2 Rv jo. artikel 123 lid 1 Rv jo. artikel 353 lid 1 Rv zal [geïntimeerde] daarom van de instantie worden ontslagen.
Met toepassing van artikel 127 lid 2 Rv zal [appellante] worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep (salaris advocaat: ½ punt in tarief II). Onder die kosten vallen ook de nakosten en de wettelijke rente daarover, zonder dat het hof deze kosten in het dictum hoeft te specificeren.
4 De beslissing
Het hof:
ontslaat [geïntimeerde] van de instantie (de procedure in hoger beroep);
veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het geding in hoger beroep en stelt deze kosten aan de zijde van [geïntimeerde] vast op € 474,58 aan verschotten (griffierecht en anticipatie-exploot) en op € 591,50 aan geliquideerd salaris van de advocaat, te vermeerderen met nakosten;
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op
6 juni 2023.