Civiel recht overig
Hof ontslaat deskundige op diens verzoek, nadat hij het dossier ontvangen heeft en er achter komt dat hij de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:555 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-555
Zaakgegevens
Op 4 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 februari 2025
- Datum publicatie
- 4 februari 2025
- Zaaknummer
- 200.332.484/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A Melsen te Assen, mr. H.E. Schuurmans te Hoogeveen
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:555
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hof ontslaat deskundige op diens verzoek, nadat hij het dossier ontvangen heeft en er achter komt dat hij de medisch adviseur van een van partijen goed kent.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.332.484/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 143103
beschikking van 4 februari 2024
in de zaak van
[appellant] ,
die woont in [woonplaats1] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als verzoeker,
hierna: [appellant],
advocaat: mr. A. Melsen te Assen,
tegen
de naamloze vennootschap TVM Verzekeringen N.V.
die is gevestigd in Hoogeveen,
en bij de rechtbank optrad als verweerster,
hierna: TVM,
advocaat: mr. H.E. Schuurmans te Hoogeveen.
1 Het verdere verloop van de procedure bij het hof
In de beschikking van 10 december 2024 heeft het hof de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland vernietigd en het verzoek van [appellant] om te bepalen dat een voorlopig deskundigenonderzoek zal plaatsvinden alsnog toegewezen. Het hof heeft in die beschikking twee deskundigen benoemd.
Een van de deskundigen, [naam1] , heeft na bestudering van het dossier in een brief van 7 januari 2024 aan het hof laten weten dat hij geregeld samenwerkt met de medisch deskundige van [appellant] en dat hij om die reden toch niet als deskundige kan optreden. Hij heeft voorgesteld dat [naam2] in zijn plaats tot deskundige wordt benoemd.
De advocaten van beide partijen hebben in e-mails van 15 januari 2025 ( [appellant] ) en 16 januari 2025 (TVM) laten weten met de benoeming van [naam2] te kunnen instemmen.
2
2. De verdere beoordeling
Omdat [naam1] niet als deskundige kan optreden, zal het hof hem ontslaan als deskundige en in zijn plaats [naam2] benoemen.
Aan [naam2] worden dezelfde vragen voorgelegd als aan
[naam1] .
Op basis van de opgave van [naam2] zal het hof het voorschot op de kosten van [naam2] vaststellen op € 5.000,-. (uitgaande van 15 uren à € 270,- per uur ex btw). Dat is € 1.000,- meer dan het ten behoeve van [naam1] vastgestelde voorschot, zodat een aanvullend voorschot van € 1.000,- noodzakelijk is. TVM dient dit aanvullend voorschot te betalen. Indien partijen het niet eens zijn met de hoogte van het voorschot kunnen zij hun bezwaren daartegen binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking schriftelijk aan het hof doen toekomen, waarna de te benoemen raadsheer-commissaris op deze bezwaren zal beslissen.
5 De beslissing
Het hof:
ontslaat [naam1] als deskundige;
benoemt in zijn plaats [naam2] van Valimedex, het Halster 10, 6581JL Malden, e-mail: valimedex@gmail.com,
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de in 4.23 van de beschikking van 10 december 2024 vermelde vragen;
bepaalt dat de deskundige tijdens het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat daarvan uit het schriftelijk bericht zal blijken;
bepaalt dat de deskundige - maar pas nadat [appellant] te kennen heeft gegeven geen gebruik te zullen maken van zijn blokkeringsrecht - een concept-deskundigenbericht aan partijen zal sturen en partijen in de gelegenheid zal stellen op dat concept te reageren alvorens een definitief bericht uit te brengen. In het definitieve deskundigenbericht zal de deskundige de reacties van partijen op het concept bespreken;
bepaalt dat [appellant] aan de deskundige een kopie van het volledige procesdossier ter beschikking zal stellen;
beveelt partijen om aan de deskundige alle door deze deskundigen gewenste inlichtingen te verstrekken;
bepaalt dat de deskundige het ondertekende deskundigenbericht vóór 1 juni 2025 toestuurt aan de griffie van dit hof (Postbus 1704, 8901 CA Leeuwarden);
bepaalt het aanvullend voorschot van de kosten van de deskundige op € 1.000,-.
Indien partijen het niet eens zijn met de hoogte van het voorschot kunnen zij hun bezwaren daartegen binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking schriftelijk aan het hof doen toekomen, waarna de te benoemen raadsheer-commissaris op deze bezwaren zal beslissen;
bepaalt dat TVM het aanvullend voorschot dient te betalen, conform de nota met betaalinstructies die TVM zal ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
bepaalt dat dit voorschot (in beginsel) binnen vier weken na dagtekening van de nota van het Landelijk Dienstencentrum moet zijn voldaan;
bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek zal starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald;
bepaalt dat de deskundige zich - door tussenkomst van de griffie - met vragen en opmerkingen zal wenden tot mr. H. de Hek, die hierbij wordt benoemd tot raadsheer-commissaris;
draagt de griffier op een afschrift van deze beschikking aan de deskundige te verzenden;
compenseert de proceskosten in de procedure bij de rechtbank en het hof in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. de Hek, J.E. Wichers en H. Mollema-de Jong en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
4 februari 2025.