Civiel recht overig

Overeenstemming tussen partijen vastgelegd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 september 2025

Zaakgegevens

Op 30 september 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
30 september 2025
Datum publicatie
30 september 2025
Zaaknummer
200.349.040
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. W Vahl, mr. K.J. de Vaan
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:5941
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Overeenstemming tussen partijen vastgelegd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.349.040

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 576080)

beschikking van 30 september 2025

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. W. Vahl,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats1] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: vrouw,

advocaat: mr. K.J. de Vaan.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 23 augustus 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 22 november 2025;

  • het verweerschrift met een productie;

  • een journaalbericht namens de man van 18 september 2025;

  • een journaalbericht namens de vrouw van 18 september 2025.

3 De feiten

De man en de vrouw zijn de ouders van:

  • [de minderjarige1] , geboren [in] 2020, en

  • [de minderjarige2] , geboren [in] 2023.

De kinderen wonen bij de vrouw.

4 De motivering van de beslissing

4.1

Blijkens de hiervoor onder 2. genoemde correspondentie hebben partijen overeenstemming bereikt over de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage kosten in de verzorging en opvoeding van de kinderen. Zij verzoeken het hof een beslissing te geven overeenkomstig deze afspraken. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Het hof acht de afspraken van partijen in overeenstemming met de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen.

4.2

Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

5 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 23 augustus 2024, enkel voor wat betreft de hoogte van de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

beslist dat de man vanaf 27 mei 2024 een bedrag van € 375,- per kind per maand moet betalen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ;

beslist dat de man de toekomstige termijnen telkens voor de eerste van de maand moet betalen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, R. Feunekes en K.A.M. van Os-ten Have bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 30 september 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.