Civiel recht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2025

Zaakgegevens

Op 11 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
11 februari 2025
Datum publicatie
11 februari 2025
Zaaknummer
200.321.917
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. I.M.C.A Reinders Folmer, mr. J.B Maliepaard
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:683
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dexia effectenlease.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.321.917/03

zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 9018578

arrest van 11 februari 2025

in de zaak van

Dexia Nederland B.V.

die is gevestigd in Amsterdam

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de kantonrechter optrad als eiseres

hierna: Dexia

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer

tegen

[geïntimeerde]

die woont in [woonplaats1]

en bij de kantonrechter optrad als gedaagde

hierna: de afnemer

advocaat: mr. J.B. Maliepaard

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

Dexia heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, (hierna: de kantonrechter), op 27 oktober 2022 tussen partijen heeft uitgesproken (hierna: het bestreden vonnis). Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep

  • de memorie van grieven

  • de memorie van antwoord

  • de akte uitlaten producties van Dexia

  • de antwoordakte van de afnemer.

2 De beoordeling

2.1.

Door de afnemer wordt aangevoerd dat Dexia niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dexia is namelijk tegen hetzelfde vonnis al eerder in hoger beroep gegaan. Die procedure, bij het hof bekend onder nummer 200.320.193, is geroyeerd.

2.2.

Royement van een procedure betekent dat deze door een van partijen ook weer kan worden opgebracht om door te procederen. Als het hof Dexia niet-ontvankelijk zou verklaren dan wordt, naar verwachting, de geroyeerde procedure weer opgebracht en worden daarin dezelfde processtukken als in deze procedure ingediend.

2.3.

Het hof kan zich voorstellen dat partijen gebaat zijn bij een inhoudelijk oordeel zonder deze kostenverhogende vertraging en stelt daarom aan partijen voor om in beide procedures gelijktijdig arrest te wijzen. Indien partijen zich hierin kunnen vinden, blijkens gelijktijdige uitlating bij akte, zal het hof dit opvatten als een verzoek om de zaak met nummer 200.320.193 te hervatten. De processtukken die in deze procedure zijn ingediend kunnen dan geacht worden ook in de zaak met nummer 200.320.193 te zijn ingediend.

2.4.

De zaak wordt naar de rol verwezen voor gelijktijdige uitlating door partijen.

3 De beslissing

3.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 februari 2025 voor gelijktijdige uitlating partijen,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.J. van Rijen, M. Aksu en G.P. Oosterhoff, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025.