Civiel recht overig
Eindarrest na deskundigenbericht over stallingskosten vee naar Duits recht en waardebepaling afgevoerde koeien.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 februari 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:589 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-589
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- 200.322.088/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Stehouwer, mr. T Teke
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:589
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eindarrest na deskundigenbericht over stallingskosten vee naar Duits recht en waardebepaling afgevoerde koeien.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.322.088/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 9278555
beslissing op verzoek ex artikel 401a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van
1. De Stille maatschap [appellant1] , h.o.d.n. [appellant1],
die is gevestigd in [vestiginsplaats] ,
2. [appellant2],
3. [appellant3],
die wonen in [woonplaats1] ,
hierna allen samen te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. P. Stehouwer,
tegen:
[geïntimeerde] ,
die woont in [woonplaats2] (Duitsland),
advocaat: mr. T. Teke
Het hof heeft in deze zaak op 9 januari 2024 en op 3 juni 2025 tussenarrest gewezen.
Het hof heeft kennisgenomen van een verzoek van mr. Stehouwer bij brief van
8 januari 2026 namens de partij [appellanten] om alsnog verlof te verlenen voor het instellen van beroep in cassatie tegen het tussenarrest van 9 januari 2024.
Mr. Teke is in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Deze heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat er geen gronden zijn voor inwilliging van het verzoek. De in het tussenarrest van 3 juni 2025 benoemde deskundige heeft inmiddels zijn rapport ingediend. Naar verwachting kan op korte termijn eindarrest worden gewezen. Dat verzoek wordt derhalve afgewezen.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Kuiper, W.F. Boele en J. Smit en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.