Civiel recht overig
Gerechtshof verwijst zaak ter verdere behandeling naar ander gerechtshof, omdat een van partijen een naast…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 februari 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:631 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-631
Zaakgegevens
Op 3 februari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 3 februari 2026
- Datum publicatie
- 4 februari 2026
- Zaaknummer
- 200.363.461
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K. Dirlik, mr. A.N. Broekhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:631
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gerechtshof verwijst zaak ter verdere behandeling naar ander gerechtshof, omdat een van partijen een naast familielid is van een raadsheer.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 23 juli 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:3830Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2026:631
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.461
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/580199 / HA ZA 24-435
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van
1 [appellant1] ( [A] )
2. [appellante2] ( [B] )
die wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. K. Dirlik
en
1 [geïntimeerde1] ( [C] )
die woont in [woonplaats]
2. [geïntimeerde2] B.V. ( [D] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. A.N. Broekhoven
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
[A] en [B] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 23 juli 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep
-
het aanbrengen van de zaak bij dit hof door [A] en [B] .
Het hof beslist vandaag dat de zaak moet worden verwezen en licht dat hierna toe.
2 De toelichting op de beslissing van het hof
Het hof heeft kennis genomen van het feit dat één persoon van de twee personen die hoger beroep hebben ingesteld een naast familielid is van een raadsheer in dit hof. Daardoor is het hof betrokken bij deze zaak en is het wenselijk dat het hof deze zaak naar een ander gerechtshof verwijst ter verdere behandeling.
Het hof zal op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in Staatscourant 2014, 11037.
3
3. De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
3 februari 2026.