Civiel recht overig
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2026:3208. Benoeming deskundigen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6393 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-6393
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.335.773/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.J. van Gastel, mr. M.B. Bollen
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6393
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2026:3208. Benoeming deskundigen.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 juli 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:4772Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 mei 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3208Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2026:6393
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.335.773/01
zaaknummer rechtbank Overijssel 260642
arrest van 6 oktober 2026
in de zaak van
1 [appellant1] B.V. ( [appellant1] B.V.)
die is gevestigd in [vestigingsplaats1]
2. [appellant2] -GmbH ( [appellant2] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats2] , Nordhorn
3. [appellant3] ( [appellant3] )
die woont in [woonplaats1]
advocaat: mr. L.J. van Gastel
en
1 [geïntimeerde1] ( [geïntimeerde1] )
die woont in [woonplaats2]
2. [geïntimeerde2] B.V. ( [geïntimeerde2] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats3]
advocaat: mr. M.B. Bollen
1 Het verloop van de procedure bij het hof
Naar aanleiding van het arrest van 19 mei 2026 hebben beide partijen een akte genomen.
2 De toelichting op de beslissing van het hof
In het arrest heeft het hof aangegeven het voornemen te hebben de deskundigen
drs. [naam1] en [naam2] tot deskundigen te benoemen. Het hof heeft vastgesteld welke vragen aan de deskundigen zullen worden voorgelegd en heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het door de deskundigen gevraagde voorschot en hun voorwaarde dat partijen zullen instemmen met de door hen gewenste aansprakelijkheidsbeperking.
[geïntimeerden] hebben aangegeven zich te refereren aan het oordeel van het hof. [appellanten] verzetten zich niet tegen de vraagstelling, het voorschot en de aansprakelijkheidsbeperking, maar merken uitdrukkelijk op dat hun instemming met het voorschot niet gezien moet worden als een erkenning dat de kosten definitief voor hun rekening komen. Het hof vat die instemming zo ook niet op. In het te zijner tijd te wijzen eindarrest zal het hof beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundigen moet dragen. Dat is niet per definitie de partij die het voorschot heeft moeten voldoen.
[appellanten] verzoeken het hof ook te bepalen dat de deskundigen het hof tijdig moeten informeren wanneer de begroting dreigt te worden overschreden. Dat zal het hof niet bepalen, omdat deze kwestie al geregeld is in de Leidraad deskundigen in civiele zaken (nr. 140), waaraan de deskundigen zich dienen te houden.
Uit het voorgaande volgt dat beide partijen instemmen met de benoeming van de deskundigen, de vraagstelling, het voorschot en de aansprakelijkheidsbeperking. Het hof zal de deskundigen dan ook benoemen.
3 De beslissing
Het hof:
Het hof benoemt tot deskundigen:
Drs. [naam1] RA en [naam2] , p/a [adres] , [postcode] [plaats] , [emailadres] ,
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de volgende vragen:
1. Uit welke gegevens (naar aard, soort en categorie en uit welke periode) bestond de back-up van de boekhouding van [appellant1] B.V., [bedrijf1] B.V., [bedrijf2] B.V., [bedrijf3] B.V. en [bedrijf4] B.V., die in mei 2020 door (of in opdracht van [geïntimeerde1] ) is gemaakt?
2. Wat was de omvang (uitgedrukt in Gb) van deze gegevens?
3. Zijn al deze gegevens door [geïntimeerde1] aan [appellant3] verstrekt?
4. Zo nee, kunt u omschrijven welke gegevens (naar aard soort en categorie en uit welke periode) niet zijn verstrekt en is het nog mogelijk deze gegevens te reconstrueren?
5. Heeft [geïntimeerde1] het volledige e-mailarchief aan [appellant3] overgedragen van de accounts: [emailadres2] , [emailadres3] , [emailadres4] , [emailadres5] , [emailadres6] , [emailadres7] en [emailadres8] ?
6. Zo nee, welke onderdelen ontbreken?
7. Zijn de ontbrekende onderdelen nog te achterhalen, en zo ja op welke wijze?
8. Zijn e-mails gewist en, indien dat het geval is, zijn die nog terug te halen?
9. Zijn u bij uw onderzoek feiten en omstandigheden opgevallen die u relevant vindt om te melden?
Het hof stelt het voorschot van de deskundige vast op € 35.000,- (inclusief btw).
[appellanten] moeten het voorschot betalen..
Pas als de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald, mogen de deskundigen met het onderzoek beginnen.
De deskundigen moeten schriftelijk antwoorden op de hiervoor geformuleerde vragen.
Bij de uitvoering van het onderzoek moeten de deskundigen de Leidraad deskundige in civiele zaken volgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
De deskundigen moeten hun concept-rapport voor een reactie voorleggen aan partijen en hen in de gelegenheid stellen op het concept-rapport te reageren. Zij dienen in het definitieve rapport de reacties van partijen te bespreken en wanneer die tot wijziging van het concept aanleiding geven dat in het definitieve rapport te vermelden.
Als de deskundigen vragen hebben, kunnen zij die stellen aan mr. H. de Hek (dat is de raadsheer-commissaris).
De deskundigen moeten het deskundigenbericht vóór 28 februari 2027 sturen naar het hof (postbus 1704, 8901 CA in Leeuwarden).
Het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal aan [appellanten] een factuur sturen voor een voorschot van € 35.000,- (inclusief btw). Dit voorschot moet binnen 4 weken na de datum op de factuur zijn betaald.
[appellanten] moeten aan de deskundige een kopie van het dossier sturen. De griffier stuurt de deskundige een kopie van dit arrest.
Partijen moeten de deskundigen de inlichtingen geven waarom deze vragen.
Op dinsdag 30 maart 2027 kunnen [appellanten] op het deskundigenbericht reageren. Op dinsdag 27 april mogen [geïntimeerden] daarop reageren.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, D.H. de Witte en A.L. Goederee, en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.