Personen- en familierecht
Verzoek wijziging ander Gerechtshof op grond van artikel 62b Wet RO.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 november 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:8975 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 november 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2014-8975
Zaakgegevens
Op 18 november 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 18 november 2014
- Datum publicatie
- 20 november 2014
- Zaaknummer
- 200.127.890-04
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R Skála, mr. J.M van Rongen
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:8975
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek wijziging ander Gerechtshof op grond van artikel 62b Wet RO.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.127.890/04
beslissing in het incident in de procedure onder zaaknummer 200.127.890/01 tussen
[verzoeker],
wonende te [A],
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. R. Skála, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
[verweerster],
wonende te [B],
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.M. van Rongen, kantoorhoudend te Heerenveen.
1 De motivering van de beslissing in het incident
De vader heeft bij journaalbericht met bijlagen op 9 oktober 2014 verzocht om de zaak met zaaknummer 200.127.890/01 te verwijzen naar een ander gerechtshof op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie (hierna: Wet RO). Naar het hof begrijpt is het verzoek gebaseerd op de stelling van de vader dat hij weinig tot geen vertrouwen heeft in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en dat dit wantrouwen gerechtvaardigd is.
Op 23 oktober 2014 heeft mr. Van Rongen namens de moeder bij journaalbericht
gereageerd op het verzoek en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
Naar het oordeel van het hof is het in het door de vader gestelde geen geval als bedoeld in artikel 62b Wet RO.
Artikel 62b Wet RO heeft betrekking op betrokkenheid van het gerechtshof bij de zaak waardoor behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Hiermee wordt bedoeld andere betrokkenheid dan het enkel behandelen van de betreffende zaak.
Nu hiervan geen sprake is zal het hof het verzoek van de vader afwijzen.
2 De beslissing
Het gerechtshof:
wijst het verzoek van de vader af.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G. Idsardi, mr. A.H. Garos en mr. D.J. Buijs, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 18 november 2014 in bijzijn van de griffier.