Personen- en familierecht

Betaling griffierecht. Nieuwe landelijke beleidslijnen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 juli 2016

Zaakgegevens

Op 26 juli 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
26 juli 2016
Datum publicatie
30 augustus 2016
Zaaknummer
200.190.777/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. E.I Robert te Utrecht, mr. A.G. Ouwejan te Breukelen
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:6923
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betaling griffierecht. Nieuwe landelijke beleidslijnen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.190.777/01

(zaaknummer rechtbank C/16/385625 / FL RK 15-185)

beschikking van de familiekamer van 26 juli 2016

inzake

[appellant] ,

wonende te [A] ,

appellant,

advocaat: mr. E.I. Robert te Utrecht,

en

[geïntimeerde] ,

wonende te [B] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.G. Ouwejan te Breukelen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van 8 februari 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen ter griffie te Arnhem op 8 mei 2016;

- een journaalbericht van mr. A.G. Ouwejan van 23 juni 2016.

3 De motivering van de beslissing

3.1

Het hof stelt vast dat appellant het door hem verschuldigde griffierecht niet binnen de betalingstermijn van vier weken na indiening van het beroepschrift heeft betaald. Ingevolge artikel 282a lid 2 Rv. dient dit verzuim tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant in zijn hoger beroep te leiden, tenzij toepassing moet worden gegeven aan artikel 282a lid 4 Rv.

3.2

Bij brief van 9 juni 2016 heeft het hof aan appellant een termijn gegeven om zich uit te laten over de ontvankelijkheid.

3.3

Eveneens bij brief van 9 juni heeft het hof aan geïntimeerde een termijn gegeven om aan te geven of geïntimeerde incidenteel appel wenst in te stellen.

3.4

Het hof heeft van mr. E.I. Robert geen schrijven ontvangen.

3.5

Mr. A.G. Ouwejan heeft bij journaalbericht van 23 juni 2016 aangegeven dat geïntimeerde geen incidenteel appel wenst in te stellen.

3.6

In verband met recent doorgevoerde nieuwe landelijke beleidslijnen blijft, met toepassing van artikel 282a lid 4 Rv., niet-ontvankelijkverklaring van een appellant wegens te late betaling van het griffierecht achterwege wanneer het griffierecht binnen twee weken na het verstrijken van de wettelijke termijn alsnog is voldaan. Aangezien het griffierecht in deze zaak door appellant alsnog op 7 juni 2016 is voldaan zal het hof niet-ontvankelijkverklaring van appellant in diens hoger beroep achterwege laten. Aan geïntimeerde zal een termijn voor het indienen van een verweerschrift worden verleend.

4 De beslissing

Het gerechtshof:

verleent aan geïntimeerde een termijn voor het indienen van een verweerschrift tot 6 september 2016;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.D.S.L. Bosch, voorzitter, mr. J.G. Idsardi en

mr. I.A. Vermeulen, bijgestaan door de griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2016.