Personen- en familierecht
Bewindvoering. Hogere beloning bewindvoerder. Ten onrechte korting toegepast voor niet verschijnen ter…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 november 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:10350 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2017-10350
Zaakgegevens
Op 23 november 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 november 2017
- Datum publicatie
- 27 november 2017
- Zaaknummer
- 200.208.792/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden.
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2017:10350
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewindvoering. Hogere beloning bewindvoerder. Ten onrechte korting toegepast voor niet verschijnen ter zitting. Zitting behandeld door op het in de oproepingsbrief eerder aangegeven tijdstip.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.208.792/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 5264698 VO VERZ 16-1584)
beschikking van 23 november 2017
in de zaak van
[verzoeker] h.o.d.n. [A] , kantoorhoudend te [B] ,
verzoeker,
verder te noemen: de bewindvoerder dan wel [verzoeker] ,
advocaat: mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden.
Als belanghebbende is aangemerkt:
[de rechthebbende]
,
wonende te [C] ,
verder te noemen: de rechthebbende.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 28 oktober 2016, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 27 januari 2017;
- een journaalbericht van mr. Thiescheffer van 20 februari 2017 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Thiescheffer van 22 februari 2017 met productie(s).
De mondelinge behandeling heeft op 10 augustus 2017 plaatsgevonden. De bewindvoerder en zijn advocaat zijn daarbij verschenen. Zoals ter zitting besproken heeft het hof de uitspraak enige tijd aangehouden teneinde de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen nog contact op te nemen met de griffie van de rechtbank om te pogen een andere oplossing te bewerkstelligen.
Het hof heeft kennisgenomen van de brief van mr. Thiescheffer van 2 oktober 2017 met productie(s). De inhoud ervan maakt een beslissing van het hof op het voorliggende verzoek noodzakelijk.
3 De motivering van de beslissing
Aan de orde is de beloning van de bewindvoerder voor aanvangswerkzaamheden, in de bestreden beschikking bepaald op € 389,50 exclusief btw met daarbij de overweging dat de beloning voor de aanvangswerkzaamheden met twee uur is verminderd omdat de bewindvoerder niet op de instellingszitting van de kantonrechter is verschenen.
Op grond van artikel 1:447 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de bewindvoerder aanspraak op beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld.
Artikel 3 lid 5 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling), bepaalt dat de kantonrechter naast de jaarbeloning in voorkomende gevallen een beloning voor aanvangswerkzaamheden toekent ter hoogte van
€ 519,40, of € 389,50 indien de bewindvoerder voorafgaand aan het bewind budgetbeheer heeft gevoerd.
Overeenkomstig het zesde lid kan de kantonrechter wegens uitzonderlijke omstandigheden de beloning anders vaststellen.
In de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het LOVCK (Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht) is onder meer opgenomen dat de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden met twee uur wordt verminderd indien de bewindvoerder niet op de instellingszitting verschijnt.
Het hoger beroep van de bewindvoerder strekt tot betoog dat ten onrechte een korting op de aanvangsvergoeding is toegepast omdat de zitting eerder was begonnen dan op het in de oproepingsbrief aangegeven tijdstip. De bewindvoerder was wel op het aangegeven tijdstip verschenen maar toen was de zaak al door de kantonrechter behandeld. De bewindvoerder heeft een en ander nader met stukken en verklaringen onderbouwd.
Gelet op de gegeven onderbouwing acht het hof voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van een onjuist oordeel van de kantonrechter door ervan uit te gaan dat de beoogd bewindvoerder niet op de instellingszitting was verschenen. Het hof zal daarom de bestreden beschikking vernietigen op het punt van de beloning voor de aanvangswerkzaamheden en die alsnog bepalen op € 519,40 exclusief btw.
4 De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 28 oktober 2016 voor zover het de beslissing over de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden betreft;
en opnieuw rechtdoende:
stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 519,40 exclusief btw;
bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, E.B.E.M. Rikaart-Gerard en
F. Kleefmann en is op 23 november 2017 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.