Personen- en familierecht

Verzoek tot schorsing procedure. Overlijden procespartij.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 mei 2017

Zaakgegevens

Op 18 mei 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
18 mei 2017
Datum publicatie
18 mei 2017
Zaaknummer
200.165.018
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. W.J.L Zwaan te Amersfoort, mr. F.W. Henstra
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2017:4225
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot schorsing procedure. Overlijden procespartij.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.165.018

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 363977)

beschikking van de familiekamer van 18 mei 2017

inzake

[verzoeker] ,

(voorheen) wonende te [voormalig woonplaats verzoeker] ,
verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. W.J.L. Zwaan te Amersfoort,

en

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats verweerster]

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. F.W. Henstra.

1 Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Voor het verloop van het geding tot 27 oktober 2015 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

1.2

Bij journaalberichten van mr. Zwaan van 10 oktober 2016 en 25 oktober 2016 met bijlagen heeft mr. Zwaan in verband met het overlijden van de man om schorsing van de procedure conform artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht.

1.3

Bij journaalbericht van mr. Henstra van 21 februari 2017, ingekomen op dezelfde datum, heeft mr. Henstra bericht dat doorprocederen in deze zaak niet nodig zal zijn, maar dat zij haar recht daarop wenst voor te behouden. Zij verzoekt de zaak voor 12 maanden aan te houden.

2 De motivering van de beslissing

2.1

De advocaat van de man heeft verzocht om de procedure te schorsen op grond van artikel 225 Rv. Het hof wijst dit verzoek af omdat artikel 225 Rv betrekking heeft op dagvaardingsprocedures en niet op verzoekschriftprocedures als de onderhavige. Anders dan in dagvaardingsprocedures roept in een verzoekschriftprocedure de griffier de belanghebbende op. De ratio van artikel 225 Rv e.v., namelijk het waarborgen dat de nieuwe procespartij behoorlijk wordt opgeroepen, is daarom in de verzoekschriftprocedure niet nodig. Het hof wijst het verzoek reeds op deze grond af.

2.2

Het hof merkt de erfgenamen van de man als belanghebbenden aan en verlangt van (de raadslieden) van partijen dat zij de griffie meedelen wie zijn erfgenamen zijn. Het hof zal vervolgens beslissen over de voortgang van de procedure.

3 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

wijst het schorsingsverzoek af;

alvorens verder te beslissen;

verzoekt (de raadslieden) van partijen om binnen twee weken na heden aan de griffie van het gerechtshof mee te delen wie de erfgenamen van de man zijn;

houdt alle overige beslissingen aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.L. van der Bel, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 18 mei 2017 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.