Personen- en familierecht
Niet-ontvankelijk appèl. Hof kan de zaak niet naar behoren behandelen nu de appellant verzuimt de stukken uit…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4884 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2019-4884
Zaakgegevens
Op 4 juni 2019 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 juni 2019
- Datum publicatie
- 11 juni 2019
- Zaaknummer
- 200.256.160/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Pieters, mr. L.M Ligtvoet-van Tuijn
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:4884
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet-ontvankelijk appèl. Hof kan de zaak niet naar behoren behandelen nu de appellant verzuimt de stukken uit eerste aanleg in te dienen. Het handelen van appellant is in strijd met de goede procesorde.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingslocatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.256.160/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/155865 / FA RK 17-959)
beschikking van de enkelvoudige familiekamer van 4 juni 2019
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [A] ,
appellant,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. J. Pieters, kantoorhoudende te Sneek,
tegen
[B] , h.o.d.n. [C] ,
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van
[geïntimeerde] ,
wonende te [D] ,
geïntimeerde,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. L.M. Ligtvoet-van Tuijn, kantoorhoudende te Dokkum.
Het geding in eerste aanleg en in hoger beroep
Het verloop van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep blijkt uit:
- de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018;
- het op 12 maart 2019 ingediende beroepschrift.
De motivering van de beslissing
1. Bij brief van 12 april 2019 heeft het hof appellant verzocht een aantal (in feite: alle) stukken uit de eerste aanleg, zoals in die brief opgesomd, vóór 26 april 2019 aan het hof te doen toekomen. Op 1 mei 2019 heeft het hof gerappelleerd en een nadere termijn verleend voor indiening van de bedoelde stukken tot 15 mei 2019. Op 20 mei 2019 heeft het hof partijen opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling op 29 mei 2019 ter beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek, zoals bedoeld in artikel 1.2.7 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven. Op die zitting is niemand verschenen; de vrouw en haar advocaat hadden hun afwezigheid tevoren laten weten.
2. Tot op heden heeft appellant geen van de opgevraagde stukken ingediend.
3. Ingevolge artikel 1.2.6 van genoemd procesreglement dient de appellant alle stukken uit de procedure in eerste aanleg over te leggen alvorens de procedure in hoger beroep wordt voortgezet. Door dit niet te doen - hoewel hij daartoe herhaaldelijk in de gelegenheid is gesteld - geeft de man het hof niet de mogelijkheid de zaak naar behoren te behandelen en te beoordelen. Daarnaast is het hof verantwoordelijk voor een behoorlijk procesmanagement en voor een goede voortgang in de zaak. Het een en ander brengt naar het oordeel van het hof mee dat het handelen van de man in strijd is met een goede procesorde.
4. Daarom zal beslist worden als volgt.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.S.L. Bosch en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 4 juni 2019 in bijzijn van de griffier.