Personen- en familierecht
Vaststellen beloning curator na rekening en verantwoording. Art. 1:386 lid BW. Art. 1 lid 2 sub a Regeling…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9334 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-9334
Zaakgegevens
Op 12 november 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 12 november 2020
- Datum publicatie
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- 200.274.196
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.J. Meijer te Doetinchem.
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:9334
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vaststellen beloning curator na rekening en verantwoording. Art. 1:386 lid BW. Art. 1 lid 2 sub a Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2020:9334
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 september 2021
ECLI:NL:PHR:2021:806Hoge Raad · 18 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:271(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.274.196
(zaaknummer rechtbank Gelderland 7867084)
beschikking van 12 november 2020
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [A] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de curator,
advocaat: mr. A.J. Meijer te Doetinchem.
Als overige belanghebbende is aangemerkt:
[belanghebbende] ,
wonende te [A] ,
verder te noemen: [belanghebbende] .
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 29 oktober 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Die beschikking wordt hierna de bestreden beschikking genoemd.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 28 januari 2020;
- een journaalbericht van mr. Meijer van 18 september 2020 met producties;
- een journaalbericht van mr. Meijer van 1 oktober 2020 met een productie.
De mondelinge behandeling heeft op 9 oktober 2020 plaatsgevonden. [verzoekster] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. [belanghebbende] is, hoewel opgeroepen, niet verschenen.
3 De feiten
[belanghebbende] is geboren [in] 1986 te [B] . De curator is de moeder van [belanghebbende] . [belanghebbende] woont bij de moeder in huis. Zij is op jonge leeftijd door een ongeval invalide geraakt en behoeft sindsdien maximale fysieke en psychische zorg. De financiering van deze zorg vergt onder meer veel administratief werk en overleg met instanties.
Bij beschikking van 15 maart 2006 heeft de rechtbank Arnhem [belanghebbende] onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Gelderland op 25 juni 2019, heeft de curator verzocht om een beloning betreffende de regeling beloning curatoren voor de jaren 2006 tot en met 2019. Over het jaar 2019 verzoekt de curator een vergoeding van € 2.764,- en voor de jaren ervoor een beloning met terugwerkende kracht.
4 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang, de jaarlijkse beloning van de curator, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting, voor zover van toepassing, vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling).
In de bestreden beschikking is in de overwegingen opgenomen dat de curator de beloning uitsluitend voor de jaren waarvan de rekening en verantwoording nog niet is vastgesteld in rekening mag brengen. Dit zijn de jaren 2017 en 2018. Voor de jaren 2017 en 2018 moet de curator op de jaarbeloning de reeds in rekening gebrachte kosten voor de accountant in mindering brengen. Vanaf 2019 brengt de curator alleen de jaarbeloning in rekening bij [belanghebbende] . De kosten van de accountant zijn vanaf 2019 voor rekening van de curator.
De curator is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en te bepalen dat aan haar alsnog een beloning voor haar werkzaamheden als curator wordt toegekend waarbij de hoogte van deze beloning moet worden gebaseerd op het volgende:
- vanaf maart 2006 tot 1 januari 2010: de beloning overeenkomstig de Aanbevelingen
meerderjarigenbewind voor een professionele (niet bij een branchevereniging aangesloten) bewindvoerder (bewindvoerder categorie b) met correctiefactor 1,5;
-
in de periode 1 januari 2010 tot 1 januari 2015: de beloning overeenkomstig de Aanbevelingen curatele voor een professionele (niet bij een branchevereniging aangesloten) curator (curator categorie b);
-
vanaf 1 januari 2015: de beloning overeenkomstig artikel 2 lid 2 sub a juncto artikel 2 lid 5 sub c van de Regeling.
5 De motivering van de beslissing
Op grond van artikel 1:386 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de curator aanspraak op een beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld.
De enkele omstandigheid dat er al rekening en verantwoording is afgelegd (behalve over 2017 en 2018) staat er niet aan in de weg dat op grond van artikel 1:386 lid 1 BW een beloning voor deze jaren kan worden toegekend aan de curator. Er is geen sprake van een wettelijke bepaling die aan een vaststelling als zodanig in de weg staat. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de curator ter zitting heeft verklaard dat zij er nooit op is gewezen dat zij een financiële vergoeding voor haar werkzaamheden kon aanvragen. Ook heeft de curator met bescheiden aangetoond dat haar werkzaamheden, gelet op de problematiek van haar dochter, uitzonderlijk omvangrijk waren. Tevens heeft zij gemotiveerd gesteld dat de financiële middelen van [belanghebbende] de verzochte vast te stellen beloning op dit moment toelaten. Het hof neemt bij de vaststelling van de beloning in aanmerking dat de algemene verjaringstermijn voor rechtsvorderingen vijf jaren bedraagt en dat de financiële situatie van [belanghebbende] per 2015 is gewijzigd doordat aan haar in 2019 met terugwerkende kracht vanaf 2015 huurtoeslag is toegekend. Het hof ziet daarin aanleiding een machtiging te verlenen om een beloning over de jaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 toe te kennen en het verzoek voor zover het betreft de jaren daarvoor afwijzen.
De curator heeft verzocht de beloning vast te stellen overeenkomstig artikel 2 lid 2 sub a juncto artikel 2 lid 5 sub c van de Regeling. Dit betreft een beloning voor professionele curatoren. Het hof zal dit verzoek afwijzen nu de curator een familielid is, daarmee behoort tot de groep van personen als vermeld in artikel 1:383 lid 3 BW en niet voldoet aan de in artikel 1:338 lid 7 BW genoemde kwaliteitseisen voor professionele curatoren. De beloning zal worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1 lid 2 sub a van de Regeling. Het hof zal de jaarbeloning voor de curator voor de respectieve jaren vaststellen op:
2015: € 1.080,-
2016: € 1.078,70
2017: € 1.078,70
2018: € 1.078,70
2019: € 1.106,-.
6 De slotsom
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, slagen de grieven deels. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigen en beslissen als volgt.
7 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 29 oktober 2019 en opnieuw beschikkende:
stelt de jaarbeloning voor de curator voor de jaren 2015 tot en met 2019, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting, voor zover van toepassing, vast op:
2015: € 1.080,-
2016: € 1.078,70
2017: € 1.078,70
2018: € 1.078,70
2019: € 1.106,-;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeing-van Hees, R. Krijger en R.A. Eskes, bijgestaan door mr. M. Vodegel als griffier, is getekend door mr. M.H.F. van Vugt, en is op 12 november 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.