Personen- en familierecht
In vervolg op de uitspraak van 28 oktober 2021 beslist het hof thans dat het verzoek tot machtiging…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 december 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:11180 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-11180
Zaakgegevens
Op 2 december 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 december 2021
- Datum publicatie
- 6 december 2021
- Zaaknummer
- 200.300.962/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A. de Weerd te Den Haag
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:11180
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In vervolg op de uitspraak van 28 oktober 2021 beslist het hof thans dat het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van het kind wordt afgewezen voor zover het de periode vanaf 28 oktober 2021 betreft.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.300.962/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 180470)
beschikking van 2 december 2021
in de zaak:
[verzoekster] (de moeder),
wonende op een geheim te houden adres,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. M.A. de Weerd te Den Haag,
en
de gecertificeerde instelling
Regiecentrum Bescherming en Veiligheid (de GI),
gevestigd te Leeuwarden.
In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:
de raad voor de kinderbescherming (de raad),
regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.
1 Waar gaat het over
Het gaat over het hoger beroep van de moeder tegen de (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 8 oktober 2021 waarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg is verleend. Het hof heeft in de tussenbeschikking van 28 oktober 2021 over dit hoger beroep de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beschikking van de rechtbank geschorst en bepaald dat [de minderjarige] bij de moeder teruggeplaatst moet worden. Verder heeft het hof de beslissing over de uithuisplaatsing zelf aangehouden en een nieuwe zitting bepaald op 29 november 2021. Het hof verwijst hierbij naar de tussenbeschikking van 28 oktober 2021, waarvan de inhoud als hier ingevoegd beschouwd kan worden.
2 Hoe is de procedure verlopen
Het hof heeft na de tussenbeschikking de volgende stukken ontvangen:
- een brief van de raad van 2 november 2021;
- een brief van de GI van 19 november 2021;- een email namens de moeder van 23 november 2021.
Zowel de GI als de moeder hebben afgezien van de mondelinge behandeling van 29 november 2021 en gevraagd om een eindbeschikking te nemen. De raad heeft in zijn brief van 2 november 2021 aangegeven niet te zullen aansluiten bij een mogelijke vervolgzitting.
3 De motivering van de beslissing
Het hof verwijst voor de beslissing in deze zaak naar de motivering in de tussenbeschikking van 28 oktober 2021 en heeft ook gelet op de brief van de GI van 19 november 2021 waarin de GI schrijft dat er geen noodzaak is om [de minderjarige] opnieuw uit huis te plaatsen. Het hof vindt dat de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] vanaf 28 oktober 2021 niet langer noodzakelijk was. Voor deze machtiging uithuisplaatsing waren in de periode die daaraan voorafging wel voldoende feiten en omstandigheden die maakten dat de uithuisplaatsing in het belang van onderzoek van [de minderjarige] noodzakelijk was. Daarom zal het hof de beslissing van de rechtbank bekrachtigen (in stand laten) voor de periode tot 28 oktober 2021 en vernietigen voor de periode vanaf 28 oktober 2021. Dit betekent dat [de minderjarige] thuis kan blijven bij haar moeder.
4 De slotsom
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof beslissen als na te melden.
5 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 8 oktober 2021 voor zover het betreft de periode tot 28 oktober 2021 en vernietigt deze beschikking voor zover het betreft de periode vanaf 28 oktober 2021;
wijst af het verzoek van de GI tot machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor zover het betreft de periode vanaf 28 oktober 2021;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, G.M. van der Meer en B.J. Voerman, bijgestaan door mr. L.N. Tabak als griffier, en is op 2 december 2021 uitgesproken in het openbaar in aanwezigheid van de griffier.