Personen- en familierecht
Artikel 1:461 lid 2 BW: het hof ziet geen aanleiding om de mentor te ontslaan. Bekrachtiging beschikking rechtbank.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:5044 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2024-5044
Zaakgegevens
Op 25 juni 2024 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 25 juni 2024
- Datum publicatie
- 5 augustus 2024
- Zaaknummer
- 200.336.251
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.J van Ewijk, mr. M.R.A Rutten
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:5044
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 1:461 lid 2 BW: het hof ziet geen aanleiding om de mentor te ontslaan. Bekrachtiging beschikking rechtbank.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.336.251
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10419430
beschikking van 25 juni 2024
in de zaak van
[verzoeker] ,
die woont in [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: mr. J.J. van Ewijk,
en
[naam1] , handelend onder de naam [naam2],
die is gevestigd in [vestigingsplaats1]
belanghebbende in hoger beroep,
hierna: de mentor,
advocaat: mr. M.R.A. Rutten,
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[naam3] ,
die woont in [woonplaats2] , België,
hierna ook: [naam3] ,
[naam4] ,
die woont in [woonplaats3] ,
[naam5] ,
die woont in [woonplaats4] .
en
[naam6] , handelend onder de naam [naam7] V.O.F.,
die is gevestigd in [vestigingsplaats2] ,
hierna: de bewindvoerder.
1 Samenvatting van de beslissing
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht om de mentor te ontslaan en zijn [naam3] te benoemen tot mentor. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen in de beschikking van 6 oktober 2023. Het hof vindt dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.
2 De kern van de zaak
[verzoeker] is in 1959 in [plaats1] , Marokko geboren. Hij is de vader van [naam3] , [naam4] en [naam5] .
In de beschikking van 1 mei 2014 heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld voor [verzoeker] . [naam1] is op dit moment de mentor van [verzoeker] .
De (toekomstige) goederen van [verzoeker] staan onder bewind. [naam6] is de bewindvoerder van [verzoeker] .
[verzoeker] heeft de kantonrechter gevraagd om [naam1] te ontslaan als mentor en om [naam3] te benoemen tot (opvolgend) mentor. De kantonrechter heeft dat verzoek afgewezen in de beschikking van 6 oktober 2023.
[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en komt daarvan in hoger beroep. Hij verzoekt het hof om de beschikking van 6 oktober 2023 te vernietigen, de mentor te ontslaan en [naam3] te benoemen tot (opvolgend) mentor.
De mentor voert verweer in hoger beroep. Zij verzoekt het hof om de beschikking van 6 oktober 2023 te bekrachtigen en anders, als zij ontslagen wordt als mentor, het verzoek om [naam3] tot mentor te benoemen af te wijzen en een professionele mentor te benoemen.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het beroepschrift, binnengekomen op 4 januari 2024;
-
het verweerschrift met bijlage.
De zitting bij het hof was op 28 mei 2024. Daarbij waren aanwezig:
-
[verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
-
de mentor;
-
[naam3] ;
-
de bewindvoerder.
3 Het oordeel van het hof
Wat staat in de wet?
De kantonrechter kan de mentor ontslag verlenen:
-
op verzoek van de mentor zelf, of
-
om gewichtige redenen, of
-
als de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden.
In dit hoger beroep is de vraag of er gewichtige redenen zijn om de mentor ontslag te verlenen en, als die er zijn, wie er in dat geval mentor moet worden.
Wat vindt het hof?
[verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling verteld dat het goed gaat met hem, maar dat hij geen klik heeft met de mentor en dat sprake is van een vertrouwensbreuk tussen hem en de mentor. In 2013 kwam uit een diagnostisch onderzoek dat hij verstandelijk beperkt is. Hij is het niet eens met die conclusie. Hij erkent wel dat hij in het maatschappelijk verkeer soms ondersteuning kan gebruiken maar hij wil niet behandeld worden als een kleuter. Hij ervaart alleen wel dat hij niet serieus genomen wordt en hij voelt zich onbegrepen door de mentor. Daarnaast is er een taalbarrière, waardoor sprake is van miscommunicatie tussen hem en de mentor, vertelt [verzoeker] .
Naar de mening van het hof is niet gebleken is dat de mentor de door de wet aan haar opgelegde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt. Het hof is van mening dat [verzoeker] ook verder niet heeft aangetoond dat er in dit geval sprake is van gewichtige redenen die een ontslag van de mentor rechtvaardigen.
De mentor treedt inmiddels al jarenlang als professional op als mentor van [verzoeker] . Gebleken is dat [verzoeker] sinds het begin van het mentorschap positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Sinds enige tijd woont [verzoeker] zelfstandig, zijn schulden zijn gesaneerd, hij heeft een inkomen en hij heeft een dagbesteding. Ook blijkt dat de mentor toeziet op de (medische) zorg die [verzoeker] nodig heeft. De mentor erkent dat het rapport uit 2013 niet klopt en dat [verzoeker] op een hoger niveau functioneert. De mentor wil daarom graag een nieuw onderzoek uitvoeren, maar hier heeft [verzoeker] tot nu toe niet aan willen meewerken. De mentor heeft daarnaast gemotiveerd betwist dat zij onvoldoende informatie aan [verzoeker] verstrekt en dat [verzoeker] haar niet begrijpt. Zo heeft zij laten weten dat zij uitleg geeft als er dingen getekend moeten worden en dat [verzoeker] voldoende Nederlands verstaat om haar te begrijpen. Ook is gebleken dat de samenwerking tussen de mentor en de bewindvoerder goed verloopt.
Gelet op het voorgaande is het hof van mening dat de rechtbank een juiste beslissing heeft genomen door het verzoek van [verzoeker] om de mentor te ontslaan af te wijzen. Omdat het hof geen aanleiding ziet om de mentor te ontslaan, komt het hof niet toe aan een beoordeling van het verzoek van [verzoeker] om [naam3] tot opvolgend mentor te benoemen.
4 De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 6 oktober 2023.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.P. den Hollander, K.A.M. van Os-ten Have en M.E.L. Klein, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024.