Personen- en familierecht

Moeder trekt haar verzoek over zorgregeling met haar zoon in na bemiddeling door de raad voor de kinderbescherming.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2025

Zaakgegevens

Op 25 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
25 februari 2025
Datum publicatie
25 februari 2025
Zaaknummer
200.343.157
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. M.P Smit, mr. L.H.S. de Baar
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1041
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Moeder trekt haar verzoek over zorgregeling met haar zoon in na bemiddeling door de raad voor de kinderbescherming.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.343.157

(zaaknummer rechtbank Overijssel 308235)

beschikking van 25 februari 2025

in de zaak van

[verzoekster]

die woont in [woonplaats1]
verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder

advocaat: mr. M.P. Smit

en

[verweerder] ,

in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van

[naam1] (verder te noemen: [naam1] ),

die woont in [woonplaats1]

verweerder in hoger beroep

verder te noemen: de vader

advocaat: mr. L.H.S. de Baar.


1
1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo van 5 april 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 juli 2024;

- het verweerschrift met producties;

- een journaalbericht van mr. Smit van 17 januari 2025 met producties;

- een journaalbericht van mr. De Baar van 17 januari 2025 met producties.

2.2

Op 27 januari 2025 heeft mr. Hermsen samen met de griffier met [naam1] gesproken, die buiten aanwezigheid van de vader en de moeder door het hof is gehoord.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 28 januari 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

2.4

Na de mondelinge behandeling is, met toestemming van het hof, op 10 februari 2025 nog een journaalbericht van mr. Smit met een productie ontvangen.

3 De motivering van de beslissing

3.1

Uit het journaalbericht van 10 februari 2025 blijkt dat de moeder haar verzoek in hoger beroep intrekt. Volgens de moeder is met bemiddeling van de raad met

spoed een schoolmaatschappelijk werker van Avedan ingeschakeld, die geregeld heeft dat de moeder inmiddels heeft (video)gebeld met de kinderen. De moeder heeft tot intrekking van haar verzoek in hoger beroep besloten, omdat [naam1] haar heeft verteld dat hij dit graag wil.

3.2

Het hof maakt hieruit op dat de moeder de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep.

4 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K. Hermsen, J.B. de Groot en K.A.M. Os- ten Have, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel- Goudswaard als griffier, en is op 25 februari 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.