Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Personen- en familierecht
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:562 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-562
Zaakgegevens
Op 4 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 4 februari 2025
- Datum publicatie
- 4 februari 2025
- Zaaknummer
- 200.347.792
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A. Knobben
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:562
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intrekking verzoek.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.347.792/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel 317136)
beschikking van 4 februari 2025
inzake
[verzoekster] ,
wonende op een geheim adres,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.A. Knobben,
en
de raad voor de kinderbescherming,
gevestigd te Almelo,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de raad.
Als belanghebbende is aangemerkt:
de gecertificeerde instelling
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
gevestigd te Enschede,
verder te noemen: de GI.
Als informant is aangemerkt:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: de vader.
1 Het verloop van het geding in hoger beroep
Voor het verloop van het geding tot 9 januari 2025 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- een brief van de GI van 10 januari 2025.
Op 14 januari 2025 is de mondelinge behandeling voortgezet. Aanwezig waren:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
-
een vertegenwoordiger van de raad, en
-
twee vertegenwoordigers van de GI.
2 De motivering van de beslissing
Het hof blijft bij wat het heeft overwogen en beslist in de tussenbeschikking van 9 januari 2025, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.
In die beschikking heeft het hof de behandeling van het verzoek in hoger beroep tot 14 januari 2025 aangehouden. Het hof heeft de GI verzocht om het plan van aanpak van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] in te dienen.
[de minderjarige] is bij beschikking van de kinderrechter van 4 juli 2024 onder toezicht gesteld van de GI voor de periode tot 12 augustus 2024. Bij de bestreden beschikking van 9 augustus 2024 is [de minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld voor de periode van 12 augustus 2024 tot 12 februari 2025. De kinderrechter heeft de beslissing ten aanzien van de resterende periode van het verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] (van 12 februari 2025 tot 4 juli 2025) aangehouden tot 3 februari 2025. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vertegenwoordiger van de raad laten weten dat de raad op de zitting van 3 februari 2025 het verzoek tot ondertoezichtstelling voor de resterende periode zal gaan intrekken. Dit betekent dat de ondertoezichtstelling op 12 februari 2025 zal eindigen.
Gelet op deze mededeling van de raad heeft de moeder op de mondelinge behandeling laten weten dat zij het hoger beroep intrekt. Het hof maakt hieruit op dat de moeder de gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep.
3 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, L. Hamer en C.F.L.A Vegt- Boshouwers, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier, is getekend en is op 4 februari 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.