Personen- en familierecht
Overeenstemming over hoofdverblijf en zorgregeling i.v.m. verhuizing van vader.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:4203 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-4203
Zaakgegevens
Op 25 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 juni 2026
- Datum publicatie
- 25 juni 2026
- Zaaknummer
- 200.360.617/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Helmantel te Sappemeer, mr. O.J.C. Toxopeus te Veendam
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:4203
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overeenstemming over hoofdverblijf en zorgregeling i.v.m. verhuizing van vader.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.360.617/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 232022)
beschikking van 25 juni 2026
inzake
[verzoeker] (de vader),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M. Helmantel te Sappemeer,
en
[verweerster] (de moeder),
die woont in [woonplaats2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. O.J.C. Toxopeus te Veendam.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 2 juli 2024 en 18 juli 2025 (laatstgenoemde beschikking hierna: de bestreden beschikking), uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 18 oktober 2025;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
- een journaalbericht namens de vader van 19 januari 2026 met bijlage(n);
- een e-mailbericht namens de moeder van 9 juni 2026 met bijlage(n).
[minderjarige1] , geboren [in] 2012 (hierna: [minderjarige1] ), heeft op 8 juni 2026 buiten aanwezigheid van partijen gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van het verzoek van de vader. Tijdens de mondelinge behandeling heeft een van de raadsheren hiervan een samenvatting gegeven.
[minderjarige2] , geboren [in] 2016 (hierna: [minderjarige2] ), heeft bij brief van 15 mei 2026 aan het hof zijn mening kenbaar gemaakt met betrekking tot het verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter deze brief voorgelezen.
[minderjarige3] , geboren [in] 2016 (hierna: [minderjarige3] ) is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
[minderjarige4] , geboren [in] 2018 (hierna: [minderjarige4] ) is gelet op haar leeftijd niet in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken met betrekking tot het verzoek.
De mondelinge behandeling heeft op 11 juni 2026 plaatsgevonden. De vader en de moeder zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad voor de kinderbescherming is een vertegenwoordiger verschenen.
3 De omvang van het geschil
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:
- bepaald dat [minderjarige1] en [minderjarige4] moeten worden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) op het adres van de moeder;
- bepaald dat, zolang de vader in [woonplaats1] woont (althans niet naar [plaats] is verhuisd), de
bestaande zorgregeling wordt voortgezet;
- bepaald dat, voor het geval de vader naar [plaats] verhuist, alle vier de kinderen hun
hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben, en dat de zorgregeling wordt gewijzigd, zodanig dat de kinderen om de week een weekend bij de vader verblijven van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
- het meer of anders verzochte afgewezen.
De vader komt in hoger beroep van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verzoeken van de moeder af te wijzen en die van de vader toe te wijzen, in die zin dat:
I. de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader wordt bepaald;
II. aan de vader vervangende toestemming wordt verleend om met de vier kinderen naar [plaats] te verhuizen, alsmede om de kinderen in te schrijven op een basisschool in [plaats] ;
III. de kinderen een weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties en feestdagen bij de moeder verblijven,
kosten rechtens.
De moeder voert verweer tegen het principaal hoger beroep van de vader. Zij verzoekt het hof de verzoeken van de vader af te wijzen.
De moeder komt op haar beurt in incidenteel hoger beroep van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof te bepalen dat alle vier de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben. Ook verzoekt zij het hof om te bepalen dat de kinderen om de week van vrijdagmiddag na school tot maandagochtend naar school bij de vader verblijven, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt.
De vader voert verweer tegen het incidenteel hoger beroep. Hij verzoekt het hof de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar incidenteel hoger beroep, dan wel het verzoek/de verzoeken af te wijzen.
4 De motivering van de beslissing
Tijdens de mondelinge behandeling hebben de vader en de moeder overeenstemming bereikt over wat hen verdeeld hield in hoger beroep. Zij hebben afgesproken dat alle kinderen met ingang van 1 september 2026 hun hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben. Daarnaast hebben zij als zorgregeling afgesproken dat de kinderen om de week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader, die naar [plaats] zal verhuizen, verblijven, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt. De vakanties en feestdagen zullen de ouders in onderling overleg bij helfte verdelen. Verder hebben de ouders afgesproken dat zij deze afspraken aan het einde van de zomervakantie aan de kinderen zullen vertellen. De ouders hebben het hof verzocht de overeenstemming in een beschikking vast te leggen. Hieruit leidt het hof af dat de ouders hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd.
Aangezien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige1] en [minderjarige4] al bij een eerdere beschikking bij de moeder was bepaald en bij de bestreden beschikking was bepaald dat [minderjarige1] en [minderjarige4] moeten worden ingeschreven in de BRP op het adres van de moeder, zal het hof dat deel van de bestreden beschikking in stand laten (bekrachtigen). Het hof zal de bestreden beschikking voor het overige vernietigen en beslissen als volgt.
5 De beslissing
Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 18 juli 2025, voor zover daarbij is bepaald dat [minderjarige1] en [minderjarige4] moeten worden ingeschreven in de BRP op het adres van de moeder;
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 18 juli 2025, voor het overige voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat [minderjarige2] en [minderjarige3] , beiden geboren [in] 2016, met ingang van 1 september 2026 hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben;
wijzigt de bij beschikking van 17 oktober 2023 vastgestelde zorgregeling en bepaalt dat [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] en [minderjarige4] om de week van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijven, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, waarbij de vader de kinderen haalt en brengt.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. L. van Dijk, E. Leentjes en I.A. Vermeulen, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.