Personen- en familierecht
Kinderalimentatie: gewijzigde vaststelling bijdragen van de man in de kosten van de kinderen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juli 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:5142 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-5142
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 200.358.619
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.J.M.H Orgel, mr. M.Th.M. Demmer
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:5142
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kinderalimentatie: gewijzigde vaststelling bijdragen van de man in de kosten van de kinderen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.358.619
(zaaknummer rechtbank Overijssel 317119)
beschikking van 2 juli 2026
over de alimentatie voor
[kind1]
en
[kind2]
in de zaak van
[verzoekster] (de vrouw)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. R.J.M.H. Orgel
en
[verweerder] (de man)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. M.Th.M. Demmer.
1 Het verloop van het geding in hoger beroep
Voor het verloop van het geding tot 10 maart 2026 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.
Het verdere verloop blijkt uit:
- de stukken van de vrouw ingediend op 18 maart 2026
- de stukken van de man ingediend op 24 maart 2026
- de stukken van de vrouw ingediend op 24 maart 2026
- de stukken van de man ingediend op 7 april 2026
- de stukken van de vrouw ingediend op 14 april 2026
- de stukken van de vrouw ingediend op 15 april 2026.
Het hof heeft de op 13 april 2026 ingediende stukken van de man geweigerd omdat deze stukken zonder toestemming van het hof buiten de daarvoor gestelde termijn zijn ingediend.
2. De overwegingen van de beslissing
Het hof zal eerst de behoefte van [kind1] en [kind2] bespreken. Daarna volgt de draagkracht van de man en de vrouw over de volgende perioden:
-
van 22 maart 2022 tot en met 31 december 2022
-
van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023
-
van 1 januari 2024 tot en met 12 augustus 2024
-
van 12 augustus 2024 tot en met 31 december 2024
-
vanaf 1 januari 2025
Het hof verwijst naar de aan deze beschikking gevoegde draagkrachtberekeningen, die onderdeel uitmaken van deze beschikking. Het hof bespreekt hierna alleen de onderwerpen waarover de man en de vrouw het oneens zijn.
Behoefte [kind1] en [kind2]
Het hof stelt de behoefte van [kind1] en [kind2] net als de rechtbank vast op € 504,- per kind per maand in 2018. Het hof ziet onvoldoende reden die behoefte te verhogen zoals de vrouw heeft verzocht: de stelling dat er privé-onttrekkingen uit de onderneming zijn geweest zonder de hoogte van dat bedrag te specificeren is daarvoor onvoldoende. De behoefte van
€ 504,- per maand wordt elk jaar vermeerderd met de wettelijke indexering.
[kind1] is op 12 augustus 2024 18 jaar geworden. In september 2024 is zij met een vervolgopleiding gestart. Volgens de vrouw volgt [kind1] een HBO-opleiding en is het Wsf normbedrag voor een uitwonende student van toepassing. Volgens de man volgt [kind1] een MBO-opleiding en woont zij bij de vrouw. Aangezien de vrouw heeft nagelaten met stukken. zoals een bericht van DUO, te onderbouwen dat [kind1] een uitwonende HBO-studente is, gaat het hof uit van de (lagere) Wsf normbedragen voor een MBO-opleiding van een thuiswonende student. Dat is
in 2024 (€ 612,65 min de basisbeurs van € 99,94) = € 512,71 per maand
in 2025 (€ 636,18 min € 103,78) = € 532,40 per maand
in 2026 (€ 657,49 min € 107,26) = € 550,23 per maand.
Inkomsten uit arbeid man
Het hof houdt bij de man in 2022 rekening met een belastbaar jaarinkomen uit de onderneming van € 40.000,-. Hoewel het jaarloon van de man in 2022 volgens de aangifte en aanslag IB 2022 € 12.095,- was, heeft de man volgens een mailbericht van zijn boekhouder van 11 juli 2025 in 2022 een loon genoten van € 40.000,- bruto per jaar. Het hof heeft in zijn tussenbeschikking van 10 maart 2026 de man in de gelegenheid gesteld met jaarstukken van de onderneming uit 2022 te ontkrachten dat zijn inkomen uit onderneming in 2022 niet dit door de boekhouder genoemde bedrag was. Deze stukken heeft de man niet binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. Het hof gaat daarom uit van de juistheid van de door de vrouw overgelegde verklaring van de boekhouder over zijn inkomen in 2022. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals de vrouw heeft verzocht, bij dit inkomen nog € 10.000,- netto per jaar aan privé-onttrekkingen op te tellen, omdat dit heeft geleid tot een rekening-courantschuld in de onderneming die de man en de vrouw samen zullen moeten aflossen.
In 2023 houdt het hof volgens de jaaropgave 2023 rekening met een belastbaar jaarinkomen van de man van € 41.721,-. Het hof vindt het niet aannemelijk dat de man vanaf 2023 bovenop zijn inkomsten uit arbeid uit een fulltime dienstverband nog inkomsten uit de onderneming van partijen had, aangezien in de verklaring van de boekhouder van
11 juli 2025 staat dat het resultaat van de onderneming van partijen in de afgelopen jaren nihil was. Het hof heeft geen reden hieraan te twijfelen.
In 2024 houdt het hof, uitgaande van de jaaropgave 2024, rekening met een belastbaar loon van € 49.636,- en vanaf 1 januari 2025 met € 52.744,- op grond van de jaaropgave 2025. Volgens de loonstroken van de man van januari en februari 2026 is het loon van de man in 2026 nagenoeg ongewijzigd gebleven, zodat een berekening voor 2026 niet nodig is. Voor de vrouw geldt hetzelfde.
Woonlasten man 2022 en 2023
Omdat in de jaren 2022 en 2023 een tekort aan draagkracht is om in de behoefte van de kinderen te voorzien, houdt het hof in deze jaren, zoals de Expertgroep alimentatienormen aanbeveelt, rekening met de werkelijke woonlasten van de man. De man heeft niet weersproken dat hij in deze jaren geen woonlasten had omdat hij bij familie woonde. Daarom stelt het hof in de berekening de woonlasten van de man in 2022 en 2023 op nul.
Zorgkorting
Het hof houdt net als de rechtbank en zoals de Expertgroep alimentatienormen aanbeveelt rekening met een zorgkorting van 5% als er contact van minder dan een dag per week is.
Inkomsten uit arbeid vrouw
Het hof houdt rekening met de inkomsten uit arbeid van de vrouw volgens de door haar overgelegde jaaropgaven waarover de man geen opmerkingen heeft gemaakt.
.
Uit de berekening volgt dat de man aan de vrouw aan kinderalimentatie dient te betalen:
? van 22 maart 2022 tot en met 31 december 2022 € 360,- per kind per maand
-
van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 € 355,- per kind per maand
-
van 1 januari 2024 tot en met 12 augustus 2024 € 268,- per kind per maand
-
van 12 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 € 268- per maand voor [kind2]
-
vanaf 1 januari 2025 € 347,- per maand voor [kind2] .
De man dient aan [kind1] als bijdrage voor haar levensonderhoud en studie te betalen:
-
van 12 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 € 226,- per maand
-
vanaf 1 januari 2025 € 284,- per maand.
Terugbetaling
Aangezien de man draagkracht heeft voor betaling van de vastgestelde bijdragen, en er geen terugbetalingsplicht ontstaat voor de vrouw, hanteert het hof 22 maart 2022 als ingangsdatum voor de gewijzigde alimentatieplicht van de man.
3. De slotsom
Op grond van wat hiervoor is overwogen, slagen de grieven voor een deel. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover dit de alimentatie voor [kind1] en [kind2] betreft, vernietigen en beslissen als volgt.
Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, omdat de man en de vrouw een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure gaat over hun kinderen. Compensatie betekent dat ieder de eigen kosten betaalt.
4 De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel locatie Almelo, van 28 mei 2025, voor zover het de alimentatie voor [kind1] en [kind2] betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:
wijzigt de bij beschikking van diezelfde rechtbank op 22 juli 2022 vastgestelde bijdragen aan alimentatie als volgt:
bepaalt dat de man aan de vrouw te betalen aan kinderalimentatie dient te betalen:
? van 22 maart 2022 tot en met 31 december 2022 € 360,- per kind per maand
-
van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 € 355,- per kind per maand
-
van 1 januari 2024 tot en met 12 augustus 2024 € 268,- per kind per maand
-
van 12 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 € 268- per maand voor [kind2]
-
vanaf 1 januari 2025 € 347,- per maand voor [kind2]
-
vanaf 1 januari 2026 voor beide kinderen elk jaar te vermeerderen met de wettelijke
indexering
bepaalt dat de man aan [kind1] als bijdrage voor haar levensonderhoud en studie dient te betalen:
-
van 12 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 € 226,- per maand
-
vanaf 1 januari 2025 € 284,- per maand
-
vanaf 1 januari 2026 elk jaar te vermeerderen met de wettelijke indexering
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.L. van der Bel, R. Feunekes en E. de Boer, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 2 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]